Waarom zijn Westerse vrouwen bang voor intersectioneel feminisme?

Van oudsher was het feminisme in Europa en de Verenigde Staten een stroming die ontstond en leefde bij Westerse middenklassevrouwen die vaak een goede opleiding hadden gevolgd. Dit was de groep die in de jaren tien van de twintigste eeuw protesteerden voor stemrecht, zich zo’n vijftig jaar later hard maakten voor legale abortus en gelijk loon voor gelijk werk. Sinds de jaren negentig is de diversiteit binnen het feminisme drastisch aan het veranderen. Er zijn helaas (blanke) feministen die moeite hebben met deze veranderingen. Waarom?

Suffrage tug, Jersey City (LOC)

Amerikaanse ‘sufragettes’, de eerste generatie feministen die voor stemrecht streden. Source

In de zogenoemde derde feministische golf werd veel over diversiteit binnen het feminisme gesproken: de vrouwen die voor gelijke rechten streden, waren vaak geen afspiegeling van de samenleving. Dit moest veranderen: het feminisme moest meer open staan voor de perspectieven van andere groepen. Etnische minderheden, maar ook transgenders, mensen van verschillende religieuze en culturele afkomsten, mensen met andere seksuele voorkeuren (zoals bijvoorbeeld biseksuelen en aseksuelen) en mensen met een handicap. Vandaag de dag bestaat deze opvatting nog steeds, maar lang niet alle (westerse) feministen zijn het er over eens en denken dus niet inclusive als het over feminisme gaat. Hoe kan dit eigenlijk?

Waarom worden de onderdrukkingsstructuren niet herkend?
Veel feministen zetten zich in voor vrouwenrechten vanuit het idee dat vrouwen minder kansen krijgen. Veel feministen herkennen dus een structuur van ongelijkheid in de maatschappij (in welke mate dan ook). Veel van deze situaties waarin je als persoon voordeel of nadeel ervaart, zijn gebaseerd op specifieke assumpties, generalisaties en vooroordelen. Als je dit zelf meemaakt, zou je verwachten dat je dit ook snel terugziet bij andere groepen. Het veronderstelt dan ook aan dat je aan de bel trekt als je onrechtvaardigheid bij anderen merkt, of dat nou gaat over het pesten van transvrouwen of bijvoorbeeld racisme.

Weigerachtig
Gelukkig doen veel feministen dat ook: naast dat ze zich hard maken voor vrouwenbelangen, zullen ze ook hun mond open trekken als ze rassendiscriminatie tegenkomen, of situaties waar bi- of homoseksuele mensen achtergesteld worden. Ze weten immers zelf hoe het is om weggezet te worden op basis van kenmerken die niet van belang zijn voor wat je kunt of wie je bent. En toch zijn er groepen ‘witte feministen’ die weigerachtig tegenover intersectioneel feminisme staan: het doet soms een beetje denken aan de groep mannen die roepen dat vrouwen helemaal niet onderdrukt worden en al helemaal geen hinder ondervinden van ongelijkheid. Het verschil is alleen dat vrouwen uit eigen perspectief weten dat deze structuren van ongelijkheid bestaan, dus waarom handelen ze daar niet naar?

“Is het feminisme wel nodig?”
Een verklaring heeft te maken met de standaardreactie van mensen die kritisch zijn op het feminisme: ‘Is dat hier nog nodig? Zijn er niet andere plekken op de wereld waar het veel belangrijker is dan in Nederland of het Westen?’ Deze vraag is vermoeiend: je moet continu bewijzen dat je mening wel legitiem is. Het voelt alsof jouw idealen eerst een specifieke urgentie moeten hebben voordat je mening ertoe doet. Je komt dan snel in situaties terecht waarbij je jezelf constant moet verdedigen. Wellicht is die verdedigende of afwijzende reactie rond intersectionaliteit gebaseerd op dezelfde reactie: doen mijn problemen er dan niet toe? Hoezo word ik gewezen op mijn privileges terwijl ook ík hinder ondervind? Word mij niet al genoeg verteld dat ik mijn mond moet houden?

Macht afstaan?
Een meer structurele verklaring voor dit fenomeen kan gevonden worden in een quote van Amerikaanse schrijver en journalist Ta-Nehisi Coates in een interview met Gawker. Hij haalt aan hoe er in Amerika (volgens hem) vaak met vrouwen wordt omgegaan als eigendom waar mannen recht op hebben. Dit ziet hij als een vorm van onderdrukking van de vrouw die in alle lagen en etnische groepen van de samenleving voorkomt. Ook zwarte mannen behandelen vrouwen zo, ondanks dat ze net als zwarte vrouwen al te maken hebben met racistische onderdrukking. De quote die hij daar vervolgens heel mooi voor gebruikt is: “They identified a place in which they can empower themselves and they’ve done exactly that.

Vrouwen die geen inclusive feminisme willen, zouden precies hetzelfde kunnen doen. De witte Westerse vrouw zit op een positie met relatief veel macht ten opzichte van andere minderheden, zeker met de hernieuwde aandacht voor feminisme. Waarom zouden ze dan ‘macht afstaan’ aan vrouwen uit andere gemarginaliseerde groepen? Het is voor hun eigen positie veel beter als ze ‘de aandacht’ alleen bij hun eigen issues houden.

Wij zijn niet de enigen
Ik hoop met heel mijn hart dat het niet de tweede verklaring is. Gelukkig beginnen steeds meer (jonge) feministen ook in te zien dat intersectionaliteit een belangrijke invalshoek is om de vrouwenrechten-discussie voor elke vrouw relevant te houden, en niet zozeer een dreigmiddel om de Westerse visies de mond te snoeren.

Want uiteraard doen de ervaringen van witte, hoogopgeleide feministen er toe. Het is alleen belangrijk dat ‘wij witte feministen’ beseffen dat we niet de enigen zijn met ervaringen, verhalen en meningen. We komen er met enkel onze standpunten niet: hoe goed we het ook met het feminisme voor hebben, we kunnen niet alles zelf regelen met een kleine groep. Het is juist belangrijk om vrouwen (en mannen) in minder gunstige posities dan de onze een stem te geven en op die manier de doelen waaraan het feminisme moet werken samen te bepalen. Op die manier groeit het feminisme steeds dichter naar het eindresultaat toe: gelijke kansen en rechten voor iedereen.