Waarom ik mezelf niet zomaar feminist noem

960Lucas Roorda (27) is oud-bestuurslid van de Jonge Socialisten (de jongerenafdeling van de PvdA) en promovendus aan de Universiteit Utrecht. Verder vindt hij wel eens dingen, zoals van zelfvoldane mannen die beter menen te weten wat feminisme is dan vrouwen zelf. Vandaag pleit hij dan ook voor een gereserveerde houding bij mannen die zichzelf feminist willen noemen. 

Eigenlijk is deze titel niet helemaal juist. Vaak staat hij boven stukken waarin de schrijver of schrijfster beweert echt wel voor gelijkheid van mannen en vrouwen te zijn, maar zich niet thuis te voelen bij de term ‘feminisme’. Gooi er als smaakmakers wat stereotypen en stropoppen bij, top het af met een toefje revisionisme en klaar is kees. Voor de helderheid: dit is niet zo’n stuk. Het is ook geen stuk over de engerds die zichzelf op datingapps als feminist afficheren, om vervolgens bij het eerste afspraakje allesbehalve blijken te zijn. De meertaligen onder u verwijs ik graag hiernaar door voor wat smakelijke anekdotes en (terechte) frustraties.

Nee, de vraag hier is eigenlijk simpel: kun je als man, die zich identificeert met de feministische beweging, jezelf feminist noemen? Op het eerste gezicht zou je denken, waarom niet? Schuimbekkende alfamannetjes die hun interne holbewoner nooit onder controle hebben gekregen zijn er al genoeg, beter dat mannen zich ook durven uitspreken voor feministische idealen. Noem jezelf feminist, koop een “this is what a feminist looks like”-shirt en leef je uit, zou je wellicht zeggen.

Mannen zijn de dominante groep
Toch wringt er iets, net als dat er iets wringt als een blanke heterorapper zichzelf vooraan de homobeweging plaatst. Dat zit hem allereerst in de aard van het probleem dat feminisme probeert aan te kaarten. Feminisme gaat voor een belangrijk deel over het afbreken van maatschappelijke machtsverhoudingen waarin mannen de dominante groep zijn. Door jezelf feminist te noemen plaats je jezelf buiten die dominante groep en pretendeer je dus geen deel te zijn van het probleem. Natuurlijk, lang niet iedere man die zich feminist noemt is een randdebiel a la Charles Clymer of Hugo Schwyzer. Je draagt echter onbewust wel bij aan het vervagen van het onderscheid tussen de geprivilegieerde groep (ja, jij dus, gozert, en ikzelf) en de groep die dat privilege niet heeft – terwijl de strijd eigenlijk zou moeten gaan over dat privilege opheffen.

Het is niet onze strijd
Dat roept de vraag op: waarom willen wij mannen eigenlijk feminist zijn? Vaak wordt het argument van stal gehaald dat ook mannen profiteren van feminisme, en dat is op zich niet onjuist. Lang niet iedere vent voelt zich comfortabel bij het stereotype alfaman dat zich een slag in de rondte werkt, terwijl ‘het vrouwtje’ (een term die zelfs in mijn vriendenkring nog verbazingwekkend populair is) voor de kinderen en het huishouden zorgt. Daarmee is het toch een beetje onze strijd, nietwaar?

Sorry heren: het is niet onze strijd. De obstakels waar wij tegenaan lopen als gevolg van het patriarchale karakter van onze samenleving (huuuh, institutioneel voordeel bij sollicitaties, geen seksuele intimidatie in je twitterfeed!) staan niet in verhouding tot de obstakels die vrouwen in die samenleving ervaren. Stel jezelf dus eens écht de vraag, waarom noem je jezelf eigenlijk feminist? Interesseert het je ook als duidelijk zou worden dat het níet gaat om jouw problemen, en dat je er zelf weinig tot niets bij te winnen hebt?

Een blanke man legt het uit, dus is het waar
Er is nog een derde probleem. Zelfs als je als man oprecht begaan bent met het afbreken van patriarchale structuren en institutioneel seksisme, zonder dat het je ene biet oplevert, waarom zou je je er eigenlijk op laten voorstaan? Waarom heb je de term nodig om die idealen uit te dragen? Het heeft wat weg van de eerdergenoemde Macklemore die veel aandacht kreeg met Same Love; leuk en aardig, voor de liefhebbers vast een mooi liedje, maar wat zegt hij nou helemaal anders dan wat de homobeweging zelf al jaren betoogt? Het nare feit is helaas dat een zaak sneller serieus wordt genomen als een blanke man het komt uitleggen (‘mansplainen’) dan als het vanuit de groep zelf komt. Door jezelf feminist te noemen en dat uit te dragen, draag je bij aan dat probleem. Een goeie bondgenoot weet ook wanneer hij z’n bek moet houden, en anderen aan het woord moet laten (wat ik, mea culpa, hier dus niet doe).

Is de term ‘feminisme’ daarmee expliciet voorbehouden aan vrouwen? Moet je als kerel deemoedig het hoofd buigen als iemand je vraagt of je feminist bent, en schutterend een uitweg zien te vinden? Natuurlijk niet, wees er godverdomme trots op dat je met die beweging geassocieerd wordt. Een beetje terughoudendheid in het gebruik is echter zo gek nog niet.

1 Comments

  1. Pingback: Over pick-up artists en hormoonwoede | Stellingdames

Comments are closed.