Minderheidsmeisje


1399242_10201038863350752_1000708207_o (1)Samra Asmellash (20) is student Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en merkt op de universiteit een gebrek aan diversiteit, alsmede een gebrek aan aandacht voor minderheden op inhoudelijk gebied. Vandaag schrijft ze op Stellingdames over haar ervaring als ‘minderheidsmeisje’. 

Nergens ben ik me zo bewust van mijn huidskleur als op de universiteit. Het lijkt alsof ik de helft van mezelf achterlaat, als ik lekker stereotypisch op Afrikaanse tijd naar binnen ren. Zodra ik binnenkom in de collegezaal, zie ik misschien twee of drie medestudenten met een andere etnische achtergrond. Ook bij de leraren en hun gekozen literatuur zie ik weinig diversiteit, er is niemand waarmee ik me kan identificeren. Dit zet mij aan het denken: hoort ‘iemand zoals ik’ hier wel thuis? Ben ik een uitzondering?

Het feit dat de universiteit geen afspiegeling is van de bevolking Amsterdam, is één ding. Maar dat ook de inhoud van de (sociologische) vakken mij op het zachtst gezegd awkward laat voelen, vind ik nog kwalijker. Om dit gevoel te schetsen, quote ik een leraar: “Het begrip cultuur zorgt ervoor dat we kunnen begrijpen dat derde generatie allochtonen nog steeds niet hetzelfde zijn als wij.” Of nog zo eentje: toen er werd gesproken over segregatie in de stad, meldde de docente dat “WIJ”, de hoogopgeleide blanke middenklasse, ons het sterkst afscheiden in de binnenstad.

Ik, als trotse Ethiopiër in hart en nieren, behoor niet tot die ‘wij’-groep. Ik word vaak genoeg met mijn neus op de feiten gedrukt, ik behoor tot “de ander”, ik hoor hier eigenlijk niet. De docenten richten zich grotendeels op hun eigen referentie kader, which is obviously not me. De dominante groep op de UvA is de blanke heteroman en voor heterogeniteit lijkt weinig tot geen plaats, zowel in termen van diversiteit als de communicatie daarvan.

Ook bij sociologie merk ik dat de leraren en de studieprogramma’s zijn ingesteld op de westerse theorieën en ideeën, andere culturen en inzichten zijn zwaar onderbelicht. Begrijp me niet verkeerd, dit betekent niet dat andere bevolkingsgroepen niet ter sprake komen. Maar er wordt in begrippen van ‘wij’ en ‘zij’ gepraat, over bijvoorbeeld de (vaak) lageropgeleide minderheidsgroepen en hoogopgeleide autochtonen. Toen ik een keer een poging waagde en zei dat allochtonen steeds vaker hoog opgeleid worden en deze tweedeling niet opgaat, zei de professor dat dit te optimistisch was. Well, thanks.

Ingewikkeld genoeg heb ik kenmerken van de ‘wij’- en de ‘zij’-groep, als hoogopgeleid minderheidsmeisje. Ik ken beide kanten van de tweedeling en ik weet dat het in de praktijk allemaal niet zo zwart wit is (letterlijk en figuurlijk).

Ik mis de nuances, het grijze gebied, het tegengeluid. Ik ben er meerdere malen op gewezen dat ik dan maar voor antropologie had moeten kiezen, of toch maar naar de VU had moeten gaan, maar dit is nou juist het probleem.

Etnische minderheden maken namelijk ook deel uit van het publiek van de UvA, maar het lijkt alsof dit genegeerd wordt. De visie van de studenten moet verder reiken dan blanke Europese en Amerikaanse grijzende mannen. Laten we wat kleur geven aan de universiteit. Ik denk dat dit zowel de docenten als studenten alleen maar goed zal doen. Diversiteit zou interdisciplinair omarmd moeten worden, op alle universiteiten.

Als je jezelf hierin herkent, of graag zou willen discussiëren over onderwerpen zoals diversiteit en identiteit op de UvA, houd dan Amsterdam United in de gaten.

1 Comments

  1. Pingback: #IWD2016: onze best gelezen stukken | Stellingdames

Comments are closed.