Ik ben een slechte feminist

Manju Reijmer (26) studeerde journalistiek en analyseert televisiedramaseries, schrijft over en doet onderzoek naar representatie van vrouwen en minderheden in films en op televisie.

Als er één sociale stroming is die ik me volledig heb toegeëigend dan is het “feminisme”. Toen ik het woord enkele jaren terug voor het eerst hoorde ging er een wereld voor me open. Of beter gezegd: deze wereld werd in één klap helderder. Die ontdekking gun ik iedereen. Sindsdien ben ik een hyperfeminist die de stroming zo veel mogelijk inbrengt in elke discussie. En daar wringt het.

Buiten het warme bad dat Twitter heet, ben ik de enige uitgesproken feminist die ik ken. Soms komt dat neer op dat ik als man tegen al lang geëmancipeerde vrouwen eindeloos redeneer dat zíj feminist moeten zijn. Snappen zij dan niet dat er nog steeds ongelijkheid is? Voelen zij zich hierdoor niet belemmerd? Uiteindelijk dringt het vraagstuk aan: welk recht hebben mannelijke feministen als ik om vrouwen te vertellen wat feminisme is? Is dat niet het tegenovergestelde van gelijkwaardige behandeling? Ben ik wel een feminist als ik vrouwen bekritiseer? Daarom vind ik het hoog tijd dat ik eens niet het woord neem in de discussie maar luister naar de meer terughoudende vrouwen in mijn leven. Hoe denken zij over feminisme?

– Iedereen is voor gelijkheid
Zoals verwacht is niemand van de ondervraagde familieleden, vriendinnen en collega’s tegen gelijkheid. Volgens de simpele redenering zijn ze dus allemaal feminist. Einde oefening. Behalve dat er nog steeds een negatieve lading aan het woord hangt.

“Ik denk dat het moderne feminisme dat vaak het nieuws haalt niet te maken heeft met gelijkheid,” legt een oud-collega uit. “Bij feminisme lijkt het of vrouwen belangrijker zouden zijn dan mannen,” zegt een tante. “Ik heb bij feministen altijd een beetje de indruk dat ze heel boos op mannen zijn en om zich heen slaan,” schrijft een vriendin. Het zijn sentimenten die vaak ge-echoed worden in elke discussie omtrent het begrip. Zelfs met Beyoncé als aanvoerder heeft “feminisme” nog een imagoprobleem.

– Ongelijkheid bestaat nog steeds
“Op dit moment verdient de vrouw nog steeds minder dan de man in dezelfde functie. Dat mag best gelijk zijn in 2016,” schrijft een andere tante in een email, implicerend dat er een degelijk bewustzijn is over de basisprincipes waar feministen al decennia voor strijden. “Ik had vroeger een baas die vond dat vrouwen maar één recht hadden en dat was het aanrecht. Dat meende hij echt,” herinnert mijn moeder zich nog over haar werk in de jaren ’70 en ’80. “Vrouwen mochten ook niet trouwen met de man op dezelfde afdeling. Dan moest de vrouw weg, maar dat was heel lang geleden.”

“Eigenlijk doen we het chronisch niet goed. Werken we meer, dan falen we als moeder, werken we minder, dan falen we als carrièrevrouw”

Anno nu uit de ongelijkheid zich meer in sociale druk. “Ik denk dat veel jonge vrouwen nu een innerlijke tweestrijd voelen,” zegt mijn zus na er lang over na te hebben gedacht. “Aan de ene kant willen we een carrière, sterk en onafhankelijk zijn, maar aan de andere kant hebben we oudere vrouwen die ons schuld aanpraten dat we er niet elke dag zijn voor onze kinderen. Eigenlijk doen we het chronisch niet goed. Werken we meer, dan falen we als moeder, werken we minder, dan falen we als carrièrevrouw.” De dubbele standaard die mijn zus ervaart als werkende echtgenote met een baby, is een uitzondering in de ervaringen die ik krijg te horen. Want:

– Ongelijkheid wordt niet direct ervaren
Een oud-studiegenote, die inmiddels schrijfster is, verwoordt het gevoel dat er geen urgentie is om zichzelf te identificeren met de sociale beweging: “Ik ben geen feminist omdat ik zelf nog nooit in een situatie ben geweest waarin ik mezelf als vrouw echt ongelijk behandeld voelde. Ik denk dat ik best wel eens anders behandeld ben (weet ik eigenlijk wel zeker) maar omdat het zo ingebakken zit in onze cultuur, is me dat niet eens opgevallen.” Inderdaad, zelfs mijn moeder met haar vroegere baas heeft nooit écht problemen ondervonden op de werkvloer. Hoewel ze zich het wel kan voorstellen voor andere vrouwen in bijvoorbeeld topposities.

– “Maar”
Het meest treffende aan de vraagronde is dat er voor vrijwel alle vrouwen een “maar” aan het steunen van gelijkheid vastzat. Soms betreft dat zelfreflectie: een andere tante vindt het super dat meer vrouwen een topfunctie hebben, maar zag onlangs overdag een man met zijn kinderen lopen en betrapte zichzelf erop dat ze dacht: “Moet hij niet werken?” Soms betreft het behoudendheid: zo betwijfelt een vriendin dat ze haar dochter later zou aanmoedigen dat zij óók brandweerman kan worden. “Dan leg ik de nadruk op dat dat blijkbaar iets bijzonders is.” De oud-studiegenote schrijft verder: “Ik vind het heel goed dat we bewust worden gemaakt van de ongelijkheid in onze cultuur. Ik denk niet dat ik heel actief zal bijdragen aan die strijd, niet vanwege het onderwerp maar omdat ik gewoon niet zo strijdlustig ben.” Wellicht (en ik ben super bevooroordeeld hier in) zegt mijn beste vriendin het nog wel het duidelijkst: “Ik ben een feminist maar vind het ook leuk als mannen de deur openhouden.”

“Ik ben feminist maar vind het ook leuk als mannen de deur openhouden”

Het is dus niet zo zeer dat vrouwen in mijn omgeving geen gelijkheid willen, maar er is behoefte aan een genuanceerd feministisch imago. Als man voelt het goed om me luid uit te spreken vóór feminisme en tegen een cultuur die vrouwen ongelijkwaardig behandelt. Maar feminisme, in haar kern, gaat om gelijkheid, niet om luidkeelse identificatie als feminist. Dus nee; ik hoef vrouwen niet te bekeren tot het feminisme. Want hardop identificeren als feminist helpt, het is alleen geen harde eis waar iedereen aan moet voldoen.

Mijn genuanceerde beste vriendin verwijst me door naar een andere vrouw, Roxanne Gay, die bij TEDWomen sprak over haar boek “Bad Feminist – essays over modern feminisme”. Aan haar dan ook het laatste woord.: ’Ik maak er een zooitje van. Ik zit vol tegenstellingen. Op veel gebieden doe ik het als feminist helemaal fout. Als ik naar mijn werk rijd, luister ik naar keiharde, vuige rapmuziek. Deze teksten zijn vernederend voor vrouwen, ze beledigen me tot in het diepst van mijn ziel. Ik voel me volkomen gekrenkt door mijn muziekkeuzes. Ik ben een hele slechte feminist.”

1 Comments

  1. Pingback: Mijn ontdekking van de Telenovela: Jane the Virgin | Stellingdames

Comments are closed.