Waarom iemand op zijn/haar billen slaan ontucht is

20885580124_0a4cc47b45_z (1)Robbert Coenmans (29) heeft rechten gestudeerd. Op feestjes wordt hij dan ook graag aangesproken als meester Coenmans. Gelukkig doet niemand dit. Robbert is daarnaast voorzitter geweest van FNV Jong en was lid van de Sociaal Economische Raad.

 

De Hoge Raad heeft gezegd dat een klap op de billen ontucht is. Dat hebben ze uiteraard gedaan in hun gebruikelijke ondoorgrondelijke taalgebruik. Mij is dus gevraagd – min of meer omdat ik een der Stellingdames ken en héél lang geleden rechten heb gestudeerd – of ik dit eens even kan vertalen naar iets begrijpelijks. Dat kan uiteraard. Ik ben zelfs afgestudeerd in Strafrecht, geloof ik.

Wat is ontucht?
Voordat we het kunnen hebben over of het slaan op de billen ontucht is, is het verstandig om even te kijken wat ontucht zelf eigenlijk is. Het staat als volgt gedefinieerd in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (afgekort: art. 246 Sr):

Artikel 246
Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Als je rechten studeert leer je om dit soort artikelen te versimpelen. Een strafrechtelijk artikel kan je het best zien als een checklist, waarbij verschillende onderdelen moeten worden afgevinkt. Als die onderdelen afgevinkt zijn, is er sprake van ontucht. De beste manier om dit artikel te lezen is dus zo:

Afbeelding1

Als met behulp van bewijs deze lijst helemaal kan worden afgevinkt, dan gaat de rechter zich buigen over wat een goede hoogte van de straf is. De maximale straf die hij kan opleggen staat meestal – en ook hier – in de laatste zin van het strafrechtelijk artikel.

Ik heb je met deze uitleg dit boek zojuist min of meer bespaard. Wees me dankbaar.

Wat was hier aan de hand?
Uit het arrest van de Hoge Raad en de conclusie van de Advocaat-Generaal (een soort eenmansbandversie van de Hoge Raad, die onafhankelijk ook een oordeel velt over de zaak) komt het volgende verhaal naar voren:

Twee zussen staan in een Albert Heijn in Amsterdam. Vervolgens komen daar ook twee mannen aanlopen. Eén van de twee mannen slaat de jongste zus met platte hand tegen haar billen. Geschrokken draait ze zich om en ziet daar een van de twee mannen staan. Ze deinst naar achteren. “Hey schatje,” zegt deze tegen haar. Haar oudere zus, ook aangedaan, roept: “Dat kun je niet maken! Ik bel de politie.”

De beschrijvingen variëren enigszins, maar dit is niet vreemd want zo werkt het menselijk geheugen. De beide mannen zeggen uiteraard wel iets heel anders. Namelijk dat ze al struinend door de supermarkt op de zussen afliepen. Dat een van hen inderdaad “hey schatje” zei, maar dat hij alleen haar schouder heeft aangeraakt.

De rechter mag zelf een beetje knippen en plakken uit verschillende verklaringen om te komen aan het bewijs. Dus als één iemand tegenspreekt is dat niet zo erg, zo lang er maar voldoende bewijsmiddelen zeggen dat iets wél gebeurt is en de rechter zelf het idee heeft dat het ook zo is gegaan.
Volgens zowel de politierechter als het gerechtshof (waar je in beroep gaat) was er sprake van ontucht en oordeelden ze dus als volgt:

Afbeelding2

Dat de politierechter en het gerechtshof zo oordeelden is belangrijk. We hebben het namelijk over de Hoge Raad en de Hoge Raad bestaat uit superjuristen die zich alleen bezig houden met juridische vragen. Feitelijke vragen laten ze over aan lagere rechtbanken, zoals de politierechter en het gerechtshof. Dat betekent dat bij het gerechtshof er nog hevig gedebatteerd kan worden of hij haar billen of haar schouder aan heeft geraakt. Bij de Hoge Raad staan de feiten echter vast, en daarin volgen ze het gerechtshof. Het gerechtshof heeft in deze zaak gezegd dat hij haar voor haar billen heeft geslagen: dus wat de Hoge Raad betreft heeft hij haar voor haar billen geslagen. Desondanks is de verdachte naar de Hoge Raad gestapt. Hij was het namelijk niet eens met wat het slaan voor de billen betekende. Hij vond dat geen ontuchtige handeling in de zin van art. 246 Sr. Hij zag de zaak dus zo:

Afbeelding3

En we weten nu dat als niet alles is afgevinkt er geen sprake kan zijn van ontucht.

De Hoge Raad
Wat zegt de Hoge Raad dan? Nou, verdomd weinig. Dus daar kunnen we niet zo heel veel mee. Als we de uitspraak samen pakken met andere uitspraken en documenten kunnen we echter wel zien wat hier is gebeurd.

Seksuele intentie is belangrijk bij het vaststellen van de vraag of een handeling ontuchtig is. Als daar geen rekening mee zou worden gehouden zou bijvoorbeeld iedereen die in de zorg werkt en mensen helpt met douchen, zich schuldig maken als ontucht, wat niet de bedoeling is. Het is dan ook niet voor niets dat de Tweede Kamer toen ze artikel 246 Sr vast stelde zei dat: ontuchtige handelingen in de zin van art. 246 Sr handelingen zijn gericht op seksueel contact althans contact van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

Hier wordt nog altijd rekening mee gehouden, zo heeft de Hoge Raad in 2012 nog een uitspraak gedaan waarin zij zeiden dat het slaan voor de billen geen ontucht was, omdat de ‘seksuele intentie’ ontbrak.

De verdachte in onze zaak voert ook een gebrek aan seksuele intentie aan. Hij voert daarvoor aan a) dat hij haar niet in een geslachtsorgaan greep, maar de billen en b) dat het midden in een supermarkt was; een weinig seksueel geladen omgeving. Daar zijn twee dingen tegenin te brengen, de eerste is dat bij de uitspraak van de Hoge Raad in 2012 van doorslaggevend belang was dat de dader een jongen van 13 was en het slachtoffer een vrouw van 24. Ten tweede de man spreekt de woorden “hey, schatje” uit. Dat maakt het seksueel. Dat maakt dat sprake is van een ontuchtige handeling en dus is er sprake van ontucht. Het gerechtshof vond dat ook en gaf aan dat het zo maar iemand voor de billen slaan die je niet kent in ieder geval in strijd is met de eerder genoemde sociaal-ethische normen en dus ontucht. De Hoge Raad geeft aan het hier mee eens te zijn.

De man krijgt dan de straf die het gerechtshof eerder heeft gegeven, te weten een taakstraf van 50 uur.

Kan ik nu iedereen aanklagen die me op de billen slaat?
Het hangt nog altijd heel erg van het geval af wanneer sprake is van seksuele intentie en daarmee ontucht. Wat wel zo lijkt te zijn is dat dit nu sneller wordt aangenomen dan vroeger het geval is. Zoals de Advocaat-Generaal ook opmerkte zijn de sociaal ethische normen die ten grondslag liggen aan art. 246 Sr aan de tijdsgeest onderhevig. Met andere woorden: de tijd dat je bij wijze van aanmoediging als man je secretaresse voor haar kont sloeg lijkt nu wel voorbij.

Source: qz.com