De paradox van de safe space

Afgelopen week gaf Maryam Namazi een lezing op Goldsmiths, een universiteit in Londen. Haar lezing (Apostasy, blasphemy and free expression in the age of ISIS) werd verstoord door verschillende studenten. Ze gingen staan, schreeuwden, lachten door haar lezing heen en probeerden op een gegeven moment haar beamer te blokkeren. Reden? Op de beamer waren afbeeldingen van de Islamitische profeet Mohammed te zien. De Iraanse activiste die strijdt voor mensenrechten en tegen shariawetgeving schond de safe space van de moslimstudenten die aanwezig waren, aldus de bezoekers.

Het concept van een safe space is iets dat op verschillende universiteiten, met name de VS en in Engeland, gebruikt wordt. Het komt oorspronkelijk uit de mensenrechtenbeweging en duidt op een plek waar vrijelijk en veilig gediscussieerd kan worden, zonder haatdragende taal en bijvoorbeeld ad hominems. Ook binnen het feminisme wordt gepleit voor deze safe spaces, om vruchtbare constructieve discussies te kunnen voeren zonder seksisme en misogynie, waardoor minderheden zich ook goed uit kunnen spreken.

Op universiteiten kwam het ook oorspronkelijk op die manier voor. Een docent die zijn lokaal als een safe space betitelde zei dus eigenlijk: ‘Hier proberen we constructief te discussiëren. Mocht je willen roepen dat alle homo’s/feministen/christenen/ongelovigen dood moeten, doe je dat niet hier’. Het was dus met name een concept om minderheden of verschillende groepen constructief met elkaar een dialoog aan te laten gaan, maar tegenwoordig lijkt aan dat punt voorbij worden te gaan, zoals bijvoorbeeld op Goldsmiths. Daar wordt het concept ingezet om een gastspreker de mond te snoeren. En niet alleen door de aanwezigen in de zaal, ook een feministische studentenorganisatie van de desbetreffende universiteit stuurde een persbericht de wereld in waarin ze bekend maakten dat ze ‘islamofoob’ Namazi niet binnen de safe space op de universiteit vonden passen. Maar ook hier ontstaat weer een tegengeluid.

De safe space in het verdomhoekje
“Een vrij publiek debat kwetst altijd gevoelens!” aldus een opiniestuk twee weken terug in de Volkskrant. Een stuk dat niet alleen pleit voor vrijheid van meningsuiting, maar daarnaast ook safe spaces in een verdomhoekje gooit. Gek is het ook niet, dat mensen zich achter het concept verschuilen om een mening te censureren. Maar is een safe space inzetten als censuur, ook de manier waarop het bedoeld is?

Een safe space moet met name een instrument voor de vorm van een debat zijn: niet voor de inhoud. Het zou je er niet van moeten weerhouden om je mening te uiten, maar meer een spelregel moeten zijn hoe je met elkaar om gaat in het debat. Een safe space is in die zin gewoon een Engelse variant op het heerlijke Oudhollandse ‘toon van het debat’. Safe spaces? Ja. Censuur? Nee.

Censuur?
Wat blijft staan is  dat safe spaces ook moeilijkheden met zich meebrengen. Wat de ‘juiste toon’ is, wordt ook bepaald door de mensen die zich in de space bevinden, en is dus ook zeer afhankelijk van de normen en waarden van diezelfde mensen, waardoor dit probleem wel blijft bestaan. Je kan namelijk nooit met zekerheid zeggen dat mensen andermans mening zal proberen weg te wuiven met het argument ‘safe space’, maar dat ligt dan meer aan de censurerende gebruiker, dan aan het concept safe space zelf. “Don’t hate the game, hate the player”, als het ware.

De safe space blijft dus een paradox: wat ooit bedacht werd als een methode om verschillende groepen met elkaar constructief in discussie te laten gaan, wordt nu ingezet om mensen en meningen juist van elkaar te scheiden, en dat is niet de bedoeling. Laten we de safe space (áls we het dan gebruiken) lekker op de ouderwetse gezapige PvdA-manier hanteren, waar het gewoon respectvol discussiëren betekent.

Foto: Facebook De Verrekijker