Zij is een hij

unnamedDaniël (29) is feminist, wiskundige, christen en óók nog eens transgender. Een poosje terug heeft hij een geslachtsaanpassende operatie ondergaan. In dit interview vertelt hij over zijn opvoeding, de verschillen die hij merkt nu hij als man door het leven gaat en filosofeert hij over de rol van gender.

“Het proces van ontdekken dat je transgender bent is denk ik veel lastiger dan ontdekken dat je bijvoorbeeld gay bent. Dat is ‘naar buiten’, je merkt dat je verliefd op iemand wordt. Maar ja, wat is nou je een man of een vrouw ‘voelen’? Dat is veel meer een interne gevoelsmatige zaak.” Het balletje ging ooit bij Daniël rollen toen hij via Twitter een transvrouw leerde kennen. Ze spraken over van alles via de Direct-Message-functie, en op gegeven moment ging het ook over haar geslachtsidentificatie. “Daar herkende ik veel van: ik heb nooit zo veel met dat ‘gevangen in mijn eigen lichaam’-idee gehad, maar ik ervoer wel altijd een soort vervreemding als ik in de spiegel keek. Dan dacht ik namelijk niet zozeer ‘Ik ben geen vrouw’ maar meer ‘Ben ik dit?’ Door dat gesprek met haar ben ik toen veel meer gaan nadenken over mijn genderidentiteit. Ik begon toen ook een behoefte te krijgen om mannenkleding te kopen.”

Hormoontherapie
Na het dragen van mannenkleding begon Daniël ook met hormoontherapie. De effecten daarvan omschrijft hij zelf als heel interessant: “Ik merk dat ik me veel beter voel. Vroeger had ik nog wel eens depressieve periodes, maar sinds ik hormonen slik is dat afgenomen. Ik was er altijd nogal van overtuigd dat er niet echt een verschil is tussen mannen en vrouwen, en dat de verschillen tussen man en vrouw meer cultureel zijn, maar de hormoonbehandeling liet me inzien dat het toch niet zo eenzijdig is. Ik merk dat ik bijvoorbeeld veel minder snel huil en dat ik sneller van mezelf ‘Joh, zeur niet zo’ denk. Maar je kan je natuurlijk ook afvragen of dat niet komt doordat ik de afgelopen jaren heel erg veranderd ben los van mijn transitie.”

Overgangsritueel in de kerk
Naast een andere kledingstijl en andere hormonen, veranderde de manier waarop de buitenwereld hem aansprak volgens Daniël ook. Vorig jaar heeft Daniël binnen zijn kerk een naamceremonie georganiseerd: “Ik ben gelovig en voor mij is de kerk een fijne, veilige plaats. Als ik ga trouwen doe ik dat in een kerk, als er een kind geboren wordt ga ik ook naar de kerk enzovoort. Dus toen ik mijn naam ging veranderen, voelde dat als iets waar ik de kerk bij wilde betrekken. Het is toch een heel belangrijk moment in mijn leven, dus waarom zou ik dat dan niet in de kerk doen? Mijn genderidentiteit en mijn geloof heb ik nooit als tegenstrijdig gezien, daarom was dit voor mij ook heel logisch om te doen. Daarnaast was het ook een mooi overgangsritueel. Ik heb een dominee gezocht die heel positief was over transgenders, en toen hebben we samen een dienst bedacht. Die ging over mij en God, en hoe ik mijn verandering ten opzichte van God zie, inclusief een zegen die een beetje leek op een doop. Bij een doping wordt je naam in het geloof bevestigd, dus een verandering van mijn naam wilde ik ook in de kerk bevestigd zien.” Ook voor de omgeving van Daniël was het daarna makkelijker: “Voor mijn zoontje was het na de ceremonie ook heel logisch dat ik een ‘hij’ was. Voor kinderen is het in zekere zin ook makkelijker, omdat man/vrouw-zijn bij hen minder vragen oproept.”

Wiskundige gewenning
Daniëls omgeving reageerde dus vrij goed op zijn transitie: “Er waren wel een paar mensen die het lastig vonden om me te zien veranderen, maar iedereen ziet uiteindelijk dat dit proces me goed doet.” Ook bij zijn studie wiskunde (toch een binaire wetenschap) reageerden mensen positief. “Ik heb nooit echt verteld dat ik transgender was: mijn ervaring is dat als je bij een introductie gelijk vermeld dat je transgender bent, mensen zich alleen maar gaan vergissen. Ik heb me voorgesteld als Daniël, dus dat was meteen duidelijk. In het jaar dat ik begon met studeren was er toevallig nog iemand die transgender was. Ik denk ook dat wij het geluk hebben dat de wiskundewereld niet zo’n wereld is waar veel mensen er een issue mee hebben. Veel wiskundigen hebben ergens toch wel een beetje het gevoel dat ze buitenbeentjes zijn: er zijn maar weinig mensen die van wiskunde houden, zeker op de middelbare school. Vaak was het zo dat binnen de studie veel mensen klikten omdat ze bijzondere dingen interessant vinden. Dan is transgender zijn uiteindelijk ook prima, want mensen zijn die bijzondere eigenschappen dus wel gewend.”

Transvrouw of een man in een jurk?
Als ervaringsdeskundige merkt Daniël op dat hij zeker merkt hoe mensen mannen en vrouwen anders behandelen: “Mensen lijken beter naar me te luisteren sinds ik als man door het leven ga. Alsof ik nu opeens meer gezag heb in een gesprek. Daarnaast ga je als vrouw ’s avonds laat als je met het openbaar vervoer moet altijd met alle vrouwen onbewust een beetje bij elkaar staan, omwille van veiligheid. Nu ik een man ben, moet ik dat echt afleren en eerder wat verder weg staan van een vrouw.” Negatieve ervaringen heeft hij weinig. “Vrouw-naar-man-transgenders worden vrij goed geaccepteerd in onze samenleving. Beter dan man-naar-vrouw, bij dat laatste blijven sommige mensen je dan toch een beetje als man in een jurk blijven zien. Misschien hebben we ook nog onbewust het idee dat we mannen meer waarderen: als transvrouw zou je dan dus een ‘stapje naar beneden’ doen.”

Hoe kunnen cisgenders (mensen die zich identificeren met het geslacht dat ze bij hun geboorte toegewezen kregen) helpen met de acceptatie van transmensen? Met name door jezelf een  beetje voor te lichten: “Er zijn heel veel goede boeken en documentaires over dit onderwerp, bijvoorbeeld het boek ‘de maakbare man’ van Maxim Februari of de serie ‘Hij is een zij’. Ik leg graag dingen uit, maar soms heb ik geen behoefte om wéér uit te leggen wat er nou allemaal gaande is.”

De acceptatie is in Nederland vrij goed, maar er zijn ook nog verbeterpuntjes: “Wij gaan er in Nederland nogal vanuit dat als je een baard hebt, je een man bent. Dit is voor transmannen best handig, zeker als de hormonen meewerken, maar als transvrouw kan dit je heel erg tegenwerken. Sowieso hebben transvrouwen het volgens de statistieken vaak lastiger: het schijnt dat zeker op de werkvloer mensen het nog ingewikkeld vinden om mee om te gaan. Ik denk en hoop wel dat het net zoiets is als homoseksualiteit: dat was vroeger best wel taboe, en nu is het oké.”

Tot slot nog enkele tips voor cisgenders bij de omgang met transgenders:

  1. Als iemand zegt dat hij als man (en dus met ‘hij’ en ‘hem’) aangesproken wil worden, luister er dan ook gewoon naar en stel er niet meteen allemaal vragen over. Net zoals seksuele geaardheid is het niet iets waar iedereen heel gemakkelijk over praat.
  2. Het is een goed gebruik om niet naar iemands ‘oude naam’ te vragen, aangezien dat voor heel veel transgenders nogal intiem en persoonlijk is. Als ze dat willen vertellen, vertellen ze dat zelf wel.
  3. Help in een gesprek! Zorg dat transgenders niet de enige mensen zijn die uit hoeven te leggen dat termen als ‘ombouwen’ en ‘travestieten’ niet de termen zijn die je moet gebruiken in een gesprek met of over transgenders.
  4. Als je niet weet of je iemand met ‘hij’ of met ‘zij’ aan moet spreken: vraag dan gewoon hoe ze aangesproken willen worden. Dit is een stuk beleefder dan (fout) gokken.
  5. Fouten maken overkomt iedereen wel eens, wees dus ook niet bang om naar een transgender te refereren in een gesprek uit angst dat je het fout doet. Een keer een foutje maken is heus niet erg.

Kom je in de knoop qua terminologie? Stellingdames heeft een woordenlijst gemaakt met veelvoorkomende woorden rond feminisme en gender

Comments

comments