Waarom noemen vrouwen zich geen feminist?

Als Justine en ik lezingen geven over feminisme, vragen we vaak aan het begin of mensen hun hand op willen steken als ze van mening zijn dat mannen en vrouwen gelijk behandeld moeten worden. Vervolgens zien we alle handen uit de zaal twijfelend omhoog gaan. Dan stellen we de vraag: “En wie noemt zich feminist?” Op een paar na, gaan alle handen dan naar beneden. Een typisch voorbeeld, aldus promovenda Maartje Meijs van de Universiteit van Tilburg, die onderzoek deed naar identificatie met feminisme. 

“Ik was altijd al geïnteresseerd in man-vrouwverhoudingen en gender. Oorspronkelijk was ik van plan om een onderzoek te doen naar of feministen toleranter zijn naar vrouwen die zich ‘mannelijk’ gedragen en mannen die zich ‘vrouwelijk’ gedragen” vertelt de promovenda, “Alleen kwam ik er toen achter dat er nauwelijks vrouwen zijn die zich identificeren met de term feminist. Toen ben ik gaan onderzoeken waarom dat eigenlijk het geval is. Twintig jaar terug is er veel onderzoek gedaan naar identificatie met feminisme, maar terwijl er veel hernieuwde aandacht voor het feminisme is in 2016, zie je weinig nieuw onderzoek.”

Vrouwen zijn warm, feministen zijn kil
Waarom veel vrouwen zich niet meer identificeren met het feminisme? “Het is niet alleen omdat vrouwen zich niet in de doelen kunnen vinden. Er zijn ook vrouwen die zich wél heel erg in de doelen kunnen vinden, maar zichzelf toch niet feminist noemen.” Het heeft aldus Meijs ook te maken met gender en hoe we over mannen en vrouwen nadenken: vrouwen zien we in de eerste plaats als ‘warm’, en mannen als ‘competent’, wat een soort tegenhangers van elkaar zijn. Ook feministen zien we in de eerste plaats van ‘competent’, wat dan als on-vrouwelijk en negatief wordt ervaren. “Veel vrouwen denken dus: ‘Nee, ik ben geen feminist want ik ben wél warm!’ en houden daarom afstand van het feminisme. Hoe groter de discrepantie tussen hoe mensen zichzelf en hoe ze ‘feministen’ zien, hoe minder mensen zichzelf identificeren als feministen.”

Dit kan negatieve gevolgen hebben voor het feminisme. Meijs: “Bijna iedereen is voor gendergelijkheid, maar weinig vrouwen durven zich voor dat onderwerp uit te spreken omdat ze bang zijn om als feminist betiteld te worden.” De promovenda is er niet van overtuigd dat jezelf feminist noemen alle problemen automatisch oplost: “Jezelf feminist noemen is niet de heilige graal, maar mensen zouden zich niet moeten laten afschrikken om thema’s te bespreken die (ook) feministisch zijn.”

“Ik pas niet binnen het feminisme”
Er zijn zeker dingen dingen die feministen kunnen doen om het feminisme inclusiever te maken voor de mensen die zich er niet automatisch mee identificeren: “Vrouwen denken dat zij niet binnen het feminisme ‘passen’. Het is dus belangrijk om te laten zien dat ze dat wel doen. Laat zien dat je niet kil hoeft te zijn om een feminist te zijn, dat je als huismoeder of religieuze vrouw óók een plek binnen het feminisme hebt. Als je als stroming kan laten zien dat een breed type mens welkom is om te helpen met het bereiken van doelen, dan ben je al goed op weg.” Dit gold ook voor mannen: ongeveer 25% van de (Nederlandse en Amerikaanse) deelnemers aan het onderzoek was man. “Veel daarvan zeiden: ‘ik ben een man, dus ik kan geen feminist zijn’, terwijl steeds meer feministen ook vinden dat mannen feminist kunnen zijn.”

Een ander verbeterpunt is laten zien hoe onafhankelijkheid en feminisme te combineren zijn. “Een belangrijk doel binnen het feminisme is vrouwen onafhankelijk laten zijn. Dat is goed doorgedrongen in de geest van de Nederlandse vrouw” vertelt Maartje. “Veel vrouwen ervaren het dus als lastig om zich aan te sluiten bij een groep, terwijl ze het juist belangrijk vinden om individueel en onafhankelijk te leven. Feministen zouden dus moeten laten zien dat je zelfstandigheid prima kan combineren met aansluiting bij een groep.”

Het proefschrift Identification with feminism: Antecedents and consequences is hier te lezen.

Comments

comments