Waarom ‘gelijkheid’ voor de witte rechtse man voelt als onderdrukking

Manju Reijmer (26) studeerde journalistiek en ontwikkelt televisiedramaseries, schrijft over en doet onderzoek naar representatie van vrouwen en minderheden in films en op televisie.

“De feminisering van de samenleving heeft een nieuw dieptepunt bereikt”, “vrouwen willen overmand worden”, “geen hysterisch vrouwengezeur de hele dag op TV”, en “voor vrouwen als Beyoncé is rijk en intelligent een fijn pakket”. Nederland heeft Donald Trump niet nodig met deze recente misogynoire uitingen van Thierry Baudet, Jort Kelder, Sjaak Bral en Leon de Winter in het ogenschijnlijk ongerelateerde politieke debat. Wat schuilt er achter deze vrouwonvriendelijke woorden door uitsluitend rechtse witte mannen?

In 2014 vroeg een hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden, Andreas Kinneging, zich hardop af in het NRC: “‘Een man zijn’ betekent je niet laten intimideren, niet laf zijn, maar moed tonen, mentale kracht, wilskracht.” Hij concludeert dat mannelijkheid, in tegenstelling tot de ‘empathische vrouwelijkheid’, een bepaalde ‘hardheid’ is. Echter, mannelijkheid zoals Kinneging dit omschrijft heeft niet zo veel te maken met het biologische geslacht. Sterker nog: zijn Calvinistische definitie omschrijft eerder eigenschappen die toe te dichten zijn aan de moderne Nederlandse vrouw.

Brals conclusie van de feminisering van de Nederlandse samenleving, die nogal misplaatst lijkt in een column over Zwarte Piet, komt niet geheel uit de lucht vallen. Nederlandse vrouwen trouwen minder en later, zijn onder de dertig vaak hoger opgeleid dan mannen en verdienen sinds 2011 ook meer dan hen. Zelfs in fysieke kracht, namelijk de Nederlandse topsport, domineren vrouwen meer en meer. Ondertussen willen Nederlandse mannen steeds vaker thuis zijn bij de kinderen. Hebben Diederik Boomsma en Jonathan Price, studenten van Kinneging, die al in 2014 in de NRC concludeerde dat de emancipatie niet uit was, maar af, gelijk?

Zo ver zijn we nog niet
Nee, natuurlijk niet. Vrouwen verdienen gemiddeld alsnog 17% minder dan mannen en werken alsnog vaker deeltijd na hun dertigste. Ondanks het streven van 30% vrouwen in Nederlandse besturen heeft 75% nog geen enkele vrouw. Van de Nederlandse vrouwen maakt 45% seksueel geweld mee (waarvan het overgrote merendeel de dader man is) in hun leven, waarmee Nederland in de top drie van Europa staat. Dagelijkse intimidaties en vervelende seksistische opmerkingen zijn nog realiteit. De representatie in de media van vrouwen blijft in tegenstelling tot Nederlanse witte mannen achter. Bangalijstjes, waarmee vrouwen geslutshamed worden en gereduceerd tot lustobjecten, zijn op allerlei plekken nog populair.

“Brekend nieuws: de samenleving is (nog) niet overgenomen door de vrouw”

Laten we ook in de race naar de verkiezingen in de Verenigde Staten niet vergeten dat Nederland nooit een vrouwelijke minister-president heeft gehad, en weinig vrouwen überhaupt in de Nederlandse politiek een toppositie bereiken. Brekend nieuws: de emancipatie is nog niet af, de samenleving is nog niet overgenomen door de vrouw.

De Winter komt na een lang betoog over Queen B en haar man dan ook niet verder dan “geil is goed zolang het geilig links is”. Bral gaat niet op zijn conclusie in en Kelder noemt geen onderbouwing voor zijn optiek dat (mannelijke) “rationaliteit” en “hysterisch vrouwengezeur” contrasterend zijn. Alleen Baudet lijkt met de “geen diersoort zo wreed als de jonge vrouw” een definitie voor mannelijkheid te zoeken, specifiek op evolutionair vlak. Dat komt niet aan als verrassing.

Mislukking als individuele jager
Het is een typisch masculiene gedachte over evolutie: “survival of the fittest”. Moderne studies bevragen het oerclichébeeld van genderrollen al een tijdje. Zo suggereert een recente testosterontheorie dat een algehele daling van het geslachtshormoon 80 000 jaar geleden bij mannen én vrouwen aan de grondslag van samenwerking, en dus beschaving, ligt.

Aangezien er ook in 2016 nog gemiddeld een hoger testosteronniveau bij mannen zit dan bij vrouwen, zou het generaliserende imago van mannen als egoïstische competitievelingen en vrouwen als meer samenwerkend en empathische wezens dan toch kloppen? Niet per se.Ook mannen zijn sociale wezens die, naast individueel fluctueren in testosteronniveau, allen behoefte hebben aan sociale contacten en beïnvloedt worden door sociale factoren. Zelfs evolutionair geldt: wie opgenomen wordt in de groep, blijft niet achter.

Het is eerder de neo-liberale gedachtegang waardoor de mens beter wordt geschat als geïsoleerde individu. Geen van de bovenstaande heren zijn geslaagd als individuele jager, hoe erg ze dit ook ambiëren. Als het niet de evolutionaire mannelijkheid is, die verklaart waarom zij zichzelf willen onderscheiden van vrouwen en vrouwelijkheid, wat dan wel?

Why Men Hate Women
Wat de conclusies van deze mannen onthullen is de ervaren afname van mannelijkheid, de essentiële bedreiging in hun sociale identiteit. Dr. Adam Jukes, in zijn boek Why Men Hate Women, concludeert dat, psychologisch, mannen vrouwen straffen voor het niet ‘verstrekken van de perfecte liefde die zij ervaren van hun moeder als baby, nog voor zij de psychologische tweedeling maken die nodig is om ‘mannen’ te worden.”

Dit zit in de patriarchale cultuur in elke man, beargumenteert Jukes. Alleen de mate van verzet tegen vrouwen verschilt per man. Of Jukes, die in zijn werk leent van onder andere Freud, de unieke verklaring voor misogynie heeft gevonden, valt te betwisten. Volg zijn logica echter en het is aannemelijk dat de groep mannen die zich het sterkst identificeert met de cliché-associaties van mannelijkheid, specifiek zal afgeven op vrouwen.

Giftige mannelijkheid
Het is cultuur, met name de sociale angst om buitengesloten te worden door andere mannen, waardoor mannen de drang voelen om de psychologische afkeer voor vrouwen ook daadwerkelijk te uiten. Hoe problematisch deze afkeer is blijkt bijvoorbeeld uit de onwetendheid of onverschilligheid over instemming bij seks. De Winter trekt moeiteloos de connectie tussen een getrouwd koppel dat zingt over gewillige seks en de opmerkingen van Trump over zijn seksueel misbruik. Baudet beargumenteert dat vrouwen “overmand” willen worden en dat “nee niet écht nee is”. Ondanks hun zelfbenoemde intellectuele status zijn de heren geheel blind voor het gevaar in hun definitie van mannelijkheid.

“Wanneer je gewend bent aan privileges, voelt gelijkheid als oppressie”

Het narratief dat het de man is, die onderdrukt wordt door de vrouw, niet andersom, is al decennia-oud in Nederland. De Nederlandse taal is er doordrenkt mee. Van “De broek thuis aan hebben” tot “Onder de plak” zitten, Nederlandse mannen worden afgerekend op hun zogenaamd onderdanige relatie tot hun vrouw, zonder maatschappelijk draagvlak.

Net als Trump zijn dergelijke uitspraken doordrenkt met nostalgie over een masculiene wereld, en vinden validatie bij mannen uit alle bevolkingslagen die zich verbonden voelen in hun traditionele mannelijke identiteit en daarmee ook de afkeer van anderen, specifiek vrouwen. Deze identiteit is dan ook uitsluitend cisgender (zij die zich identificeren met hun geboortegeslacht, in tegenstelling tot transgenders) en wit.

De witte man trekt aan het kortste eind
Het is geen toeval dat Kinneging citeert van Kipling, bekend als schrijver van “The Jungle Book”, maar infameus voor het schrijven van “The White Man’s Burden” 117 jaar geleden. Het is een imperialistisch betoog dat benadrukt dat uitsluitend witte mannen het zwaar hebben in de koloniale tijd.

Net als iedereen, vallen cisgender hetero witte mannen in hun angst voor sociale afwijzing terug op hun eigen identiteit. Echter, in hun unieke machtspositie wordt die angst als motivatie voor afkeer tegen anderen gelegitimeerd. Dezelfde macht die hen allen nu dus moeiteloos een nationaal podium geeft voor een narratief van onderdrukking door vrouwen. Dezelfde macht die in Nederland zo veel wordt gegund dat er niet één, niet twee, maar drie politieke eenmanspartijen zijn met afkeer tegen minderheden als enige agendapunt. Zoals de Black Lives Matters-beweging al beargumenteert; “Wanneer je gewend bent aan privileges, voelt gelijkheid als oppressie”

De recente emancipatiestrijd van transgenders breekt genderbarrières af, een decennialange influx van de islam breekt door de dominantie van het christelijke geloof en inderdaad, een nieuwe generatie competitieve hogeropgeleide vrouwen stormt de arbeidsmarkt op. Mannelijkheid, in ieder geval de mannelijkheid waarmee elitaire rechtse witte mannen zich identificeren, wordt meer bedreigd dan ooit. In die bedreiging richten zij nu reflexief hun onvrede op vrouwen.

Dat zijn geen losstaande incidenten, in tegendeel, het is een structureel psychologisch en sociaal probleem in de mannelijke identiteit. Maar zoals evolutie, met testosteronafname en vrouwelijk-geassocieerde samenwerking al bewijst: de feminisering van de samenleving is wellicht juist daar de oplossing voor.

Comments

comments