Waarom De Correspondent genderdiscriminatie beter moet bestuderen

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American football, maar vindt links gebral ook leuk. 

De Correspondent vond het nodig om een man te vragen uiteen te zetten waarom vrouwenquota niet nodig zouden zijn. Edwin van Sas schreef een uitgebreid pleidooi dat in alle clichés vervalt. De kern van zijn verhaal: “alfagedrag” brengt je naar de top, en “gezonde twijfel of een zachte leiderschapsstijl” wordt te vaak als een zwakte gezien. Hij denkt dat “de harde testosteronleiderschapsstijl” een gendered fenomeen is, en lijkt zowel te denken dat dit een vorm van competentie is, als dat het overgewaardeerd is en daardoor mensen uitsluit. Dat moeten we oplossen door een diversiteitsquotum op basis van “competenties” te creëren, en niets tegen ondervertegenwoordiging van specifieke bevolkingsgroepen te doen. Dat lost zich dan zogenaamd vanzelf op .

Van Sas heeft hiermee in theorie een geweldige oplossing, als het probleem zou zijn dat we vrouwen en andere groepen alleen onderwaarderen omdat we hun specifieke competenties als minderwaardig zien. Van Sas toont echter nooit aan dat dat ook daadwerkelijk het geval is— hij citeert alleen wat stukjes waaruit zou blijken dat mannen en vrouwen ietwat andere competenties hebben, want testosteron. Een beetje onderzoek laat al snel zien dat het allemaal niet zo simpel is. Asha ten Broeke schreef in 2013 bijvoorbeeld al een geweldig stuk over de invloed van testosteron op gedrag (conclusie: it’s complicated). En als de ondervertegenwoordiging van vrouwen door testosteron en biologie zou komen, hoe kan het dan dat Nederland bijvoorbeeld veel lagere percentages vrouwelijke hoogleraren dan andere landen heeft? Biologie verandert niet opeens van land tot land. Blijkbaar is er hier veel meer aan de hand.

Van Sas’ bewering dat het lage percentage vrouwen in de top niet komt door genderdiscriminatie, kan hij dan ook nergens staven. Hij citeert geen onderzoek naar discriminatie op de werkvloer, citeert geen literatuur over uitsluiting en netwerkeffecten, en baseert de kern van zijn hele stuk op één onderzoek naar de invloed van testosteron, en het lezen van de website van stichting Talent naar de Top. Dat is nogal schamel, en daardoor mist hij heel veel goed onderzochte aspecten van seksisme. Zo negeert hij bijvoorbeeld dat we vrouwenwerk vaak minder waarderen specifiek omdat het vrouwenwerk is: als vrouwen mannenwerk gaan doen, betalen we er minder voor. Zo negeert hij ook de invloed van zwangerschapsverlof, nog zoiets waar Nederland het slecht in doet. Ook zegt hij niets over culturele rolverdeling, of emotional labor, of de old boys clubs die geld beheren en vrouwen niet als competent zien.

Het meest bizarre onderdeel van Van Sas’ pleidooi verschijnt als hij de politieke dramaserie House of Cards aanhaalt als het voorbeeld van biologisch bepaald leiderschap.

De serie is natuurlijk overdreven, maar maakt wel iets duidelijk: dat in een topfunctie bepaald gedrag noodzakelijk is. Er is testosteron voor nodig, in grote hoeveelheden. Een goede leider durft moeilijke beslissingen te nemen, weet met angst te dealen (of kent geen angst) en dwingt met doortastendheid respect af van zijn collega’s. Testosteron, ook wel het leiderschapshormoon genoemd, heeft een positief effect op al deze zaken en geeft het benodigde zelfvertrouwen.

Van Sas staaft zijn beweringen normaal gesproken met linkjes naar onderzoeken of stichtingen, maar dit stukje over House of Cards en testosteron vond hij sterk genoeg om zonder enige ondersteuning te laten staan. Het is dan ook een geweldige analyse van de populaire mythes die om topmannen in het bedrijfsleven zijn ontstaan, maar helaas voor hem niet van de werkelijkheid. Hoe komen CEO’s dan wel op hun posities terecht? Als we Moral Mazes van socioloog Robert Jackall (aanrader!) lezen en geloven, komt dat vooral door netwerken en presentatie:

What rules do people fashion to interact with one another when they feel that, instead of ability, talent, and dedicated service to an organization, politics, adroit talk, luck, connections, and self-promotion are the real sorters of people into sheep and goats?

Om verder te komen in het zakenleven, moet je volgens Jackall vooral de soft skills hebben die volgens Van Sas juist meer bij vrouwen aanwezig zouden zijn. Niet “moeilijke beslissingen nemen” of “met angst dealen” maar de juiste mensen kennen, jezelf kunnen promoten, en als een goede team player gezien worden, dat brengt je naar de top. Misschien. Met geluk. Als de mensen die boven je zitten je leuk vinden.

Dat laatste is belangrijk, want ander onderzoek laat ook consistent zien dat het heel moeilijk is om vrouwen als zowel competent én leuk te zien, onafhankelijk van hun eigenlijke eigenschappen. Zie bijvoorbeeld Marianne Cooper:

What is really going on, as peer reviewed studies continually find, is that high-achieving women experience social backlash because their very success — and specifically the behaviors that created that success — violates our expectations about how women are supposed to behave. Women are expected to be nice, warm, friendly, and nurturing. Thus, if a woman acts assertively or competitively, if she pushes her team to perform, if she exhibits decisive and forceful leadership, she is deviating from the social script that dictates how she “should” behave. By violating beliefs about what women are like, successful women elicit pushback from others for being insufficiently feminine and too masculine. As descriptions like “Ice Queen,” and “Ballbuster” can attest, we are deeply uncomfortable with powerful women. In fact, we often don’t really like them.

Het feit dat Van Sas dit soort onderzoek niet één keer noemt geeft al aan hoe slecht hij is ingelezen in dit onderwerp. Dat hij zijn stuk desondanks goed genoeg vond is al jammerlijk, maar dat een organisatie die met veel bombarie hun diversiteitsinitiatieven aankondigde zo’n slecht onderzocht stuk over precies dat onderwerp publiceert, zegt niet veel goeds over hun toekomstige plannen.

Dit stuk verscheen eerder op Medium.