Recensie: de vrouwelijke antiheld in Gypsy

Waarschuwing: spoilers!

Wie klaar is met het bingewatchen van briljante series die uitblinken in hun diverse casts en woke dialogen, ik roep een Grey’s Anatomy of een Chewing Gum, zal snel behoefte hebben aan nieuw feministisch serievoedsel (ik bedoel hiermee, inderdaad, mezelf. Ik doe ook andere dingen in mijn vakantie dan series kijken, oké? Echt. Het gaat heel goed met mijn vakantieleeslijst.) Een cringey Fifty Shades of Grey-achtige trailer en dubieuze titel weerhielden me niet om in mijn wanhoop een blik te werpen op Netflix’ “Gypsy”. Over de feministische status van de serie ben ik nog in dubio.  

First things first: Gypsy is een twijfelachtige naam voor deze serie als je je de achtergestelde geschiedenis en het stigma rond zigeuners beseft, zeker aangezien de hoofdpersoon in de serie voor wie de term bedoeld is een witte vrouw is. De ‘gypsy’ waar het om draait is Jean Holloway, een cognitieve gedragstherapeute rond de veertig, met een ogenschijnlijk prettig gezinsleven. Knappe advocaatvent aan haar zijde, vrolijke dochter, zo’n huis met een riant Amerikaans bed waar je je continu bij bedscènes afvraagt: wie maakt in godesnaam elke dag dat bed weer op? ZOVEEL. KUSSENS.

Maar al snel wordt duidelijk dat de portrettering van Jean imperfecties niet zal mijden. De gedragstherapeute heeft namelijk een bijzondere manier om aan de alledaagse sleur te ontsnappen: Jean contacteert stiekem personen in de levens van haar patiënten die de revue passeren in hun sessies. Bij hen neemt ze een andere identiteit aan. Jean is ster in gaslighting: door onder andere haar kennis in gedragspsychologie weet ze mensen te overtuigen om haar leugens te geloven. De spanningsboog in het tien-aflevering-durende eerste seizoen bestaat dan ook niet uit de vraag: komen haar geheimen aan het licht, maar eerder, wanneer?

“Een lesbische romance met de ex van Jean’s patiënt biedt mager vermaak”

In traag tempo beweegt de kijker zich door die ontrafeling. Een lesbische romance met de ex van Jean’s patiënt biedt mager vermaak tijdens die tocht. Wat een mooie homo-erotische escapade had kunnen zijn biedt helaas weinig verzadiging: de chemie tussen de speelsters mist en Jean’s minnares Sydney neemt tegen alle emancipatoire verwachtingen van de serie in de rol van een Manic Pixie Dream Girl op zich.

We weten weinig inhoudelijks van deze jonge vrouw, behalve dat ze peak millennial is. Ze is barista in een hipsterig koffietentje, speelt daarnaast in een edgy band, draagt veel eyeliner, doet geregeld drugs en – oh ja – iedereen die d’r ontmoet raakt bedwelmd van haar magische aura. Maar ja, ze is wel de MPDG van een vrouw, dus eh, vooruitgang?

Jean en haar dromerige millennial-minnares Sydney. (Bij hun seksscènes komen ze beiden na ongeveer drie strelingen klaar. Ik ben geen expert in vrouw-tot-vrouw-seks en ik hoor dat het qua orgasmes beter scoort dan heteroseks ((geloof ik gelijk)) maar wie heeft er nou zó’n hypergevoelige clit? Gefeliciteerd ermee, in ieder geval.)

Eenzelfde soort vervlakking van vrouwelijke personages doet zich voor bij het Stepford Wife-archetype dat al snel tevoorschijn komt. De verhaallijn van Jean als de onafhankelijke werkende moeder die zich afzet tegen de sociale wurggreep van thuisblijfmoeders verveelt. Je zult wellicht verbaasd zijn om het te lezen van een feminist: maar de reductie van huisvrouwen tot de eigenschappen van koken en roddelen getuigt van een weinig scherpe genderblik.

En al leren we haar beter kennen dan de thuisblijfmoeders, ook het karakter van Alexis – de gewillige assistent van de echtgenoot van Jean – is een clichématige. Als we populaire fictie moet geloven, biedt elke jonge vrouw zich bij de aanblik van een stropdas en een ruim kantoor aan bij haar mannelijke leidinggevende. Smoezelige bureauseks met de baas is blijkbaar de reden dat we werken.

Meer verzadiging haalt de kijker uit de verhaallijn rondom de negenjarige dochter van Jean, Dolly. Dolly breekt meer en meer met de genderstereotypes die van haar als meisje verwacht worden: ze speelt in de pauzes met jongens, draagt wijde kleding, kust een meisje in haar klas, wilt niks liever dan kort haar en speelt Peter Pan in haar schoolmusical. De moeite die Jean en haar omgeving met haar gender-ambigue dochter heeft voelt oprecht, en de verhaallijn is open en fluïde, zoals je het in het echt zou verwachten.

“Smoezelige bureauseks met de baas is blijkbaar de reden dat we werken”

Gypsy doet buitenom enkele clichés een dappere poging om de centrale vrouwelijke hoofdrol origineel te belichten. Door een vrouw neer te zetten als een antiheld, een gelaagde en ingewikkelde ‘schurk’, breekt men met de typische mannelijke invulling van die rol. Bovendien is het uniek om een vrouw van in de veertig jaar geportretteerd te zien met zoveel seksuele agency: Jean wordt begeerd en begeert actief. Haar esthetische en seksuele houdbaarheidsdatum is niet opeens verstreken, zoals we moeten opmaken uit andere portretteringen – of juist het gebrek daarvan – van vrouwen boven de dertig in film- en serieland. Tegelijkertijd wordt zij niet gereduceerd tot haar seksualiteit, een gevaar dat om de hoek loert bij vrouwelijke karakters. We zien Jean als therapeute, moeder, echtgenote, misleidster. Ze is zoals vrouwen in het echte leven zijn: multidimensionaal en imperfect.

Imperfect is ook wat Gypsy is. Door Jean als gelaagde vrouwelijke antiheld te portretteren creëert Gypsy iets unieks. Dat had gemogen zonder de soms ietwat tergende clichés waarbij de vrouwelijke karakters vaak het onderspit delven. Prima feministische seriesnack dus, maar geen Michelinster waardig.

Comments

comments