De onbekende gezichten van feministische wereldverbeteraars

Enkele dagen geleden las ik “Wie de wereld wil veranderen moet onredelijk, onrealistisch en onuitstaanbaar zijn”. In zijn analyse van het schiftende politieke klimaat en daarmee maatschappelijke verandering licht correspondent Rutger Bregman enkele sleutelfiguren uit, met als afsluiter: “Leer van Gario, leer van Janmaat.” Na het lezen van dit stuk bekroop mij een akelig gevoel: zullen belangrijke hedendaagse figuren, bijvoorbeeld de leiders van het huidige racismedebat in Nederland, net zoals gewichtige vroegere feministen de geschiedenisboeken nooit halen?

Denk er eens over na. Hoeveel kreeg jij vroeger geleerd op school over het feminisme? Was het net zoals bij mij een verwaarloos stukje tekst in mijn maatschappijleerboek, met een vage foto van de Dolle Mina’s? Sprak je docent ook enkele zinnen uit over de verschillende definities van feminisme (“normaal” feminisme, marxistisch feminisme en radicaal feminisme)? Of was het dat niet eens waard? Ken je de namen van de vrouwen die ervoor gezorgd hebben dat je stemrecht hebt, recht hebt op zeggenschap over je eigen lijf, recht op toegang tot onderwijs, recht op gelijk loon voor gelijk werk? Ben je je ervan bewust dat de vrouwen die deze verandering mogelijk hebben gemaakt hiervoor de gevangenis zijn ingegooid, vernederd en uitgespuugd werden door hun omgeving, neer werden gezet als radicale gekken? Weet je dat zij consistent in de media werden afgebeeld als mannenhatende mislukte schepsels? Ken je de opofferingen die zij hebben moeten doen voor deze strijd?

Vast niet. Ik namelijk ook niet, voordat ik me in dit onderwerp ging interesseren. Dat is nogal gek, gezien de monumentale overwinningen van de beweging. Het zou geen speciale interesse moeten behoeven.

Het gezicht van de strijd
Bij mijn vorige tentamenweek keek ik enkele colleges terug. Bij het enige college dat enigszins over feminisme ging vroeg mijn hoogleraar aan de zaal: “Wie hier kent deze vrouw?” Op de powerpoint stond een foto van Joke Smit, de vrouw die volgens velen de tweede feministische golf in Nederland heeft gestart. Met een vermaakte blik staarde zij, peuk in de hand, de zaal in. Iedereen zweeg.

Joke Smit schreef over abortusrecht, de kooi waarin getrouwde vrouwen zich toentertijd bevonden, waarin zij lonkten naar een uitbraak om meer te kunnen zijn dan een huisvrouw of moeder. Meer dan de huishoudelijke hulp of de baarmachine. Ze pleitte voor een egalitaire verdeling van zorgtaken binnen het gezin, in een tijd waar de traditionele verdeling als vanzelfsprekende norm werd gezien. Hoeveel mensen weten wie zij is? Ik vrees beschamend weinig.

Mrs_Emmeline_Pankhurst,_Leader_of_the_Women's_Suffragette_movement,_is_arrested_outside_Buckingham_Palace_while_trying_to_present_a_petition_to_King_George_V_in_May_1914._Q81486

Vooraanstaande feminist van de eerste golf in Engeland, Emmeline Pankhurst, wordt gearresteerd na het pogen een petitie te presenteren aan de koning

Mannenhatende aliens
Dit pijnlijke besef kwam nogmaals in mij op toen ik enkele weken later met Anne naar de film Suffragette ging. De film biedt geen ideaal beeld van de eerste feministische golf in Engeland, aangezien Suffragette veel kritiek ontvangt op intersectioneel gebied: de gekleurde vrouwen die het fundament van de emancipatie in Engeland hebben bewerkstelligd krijgen geen podium in de film. Desondanks toont de film de immense worsteling van de eerstegolf-feministen die ondanks uitsluiting en afwijzing van hun omgeving streden voor humane behandeling van hun geslacht. Zij werden toentertijd – nog explicitier dan tegenwoordig – afgebeeld in de media als mannenhatende aliens. Het klassieke frame: de lelijke radicaal. Mooi is het dat dit onderwerp eindelijk eens wordt vertoond in de filmwereld, maar het legt ook het pijnlijke gebrek bloot. Andere historische gebeurtenissen grijpen filmmakers gretig aan om naar het scherm te vertalen, maar onze feministische strijders blijven vrijwel aandachtloos in hun graf liggen. Zo zette ik bij kerst op mijn verlanglijstje “Boeken over feminisme”, maar zo verklaarde mijn moeder na een intensieve zoektocht: in Nederlandse boekenwinkels liggen die vrijwel nergens. Zo vergaar je mensenrechten voor volgende generaties, zo heeft bijna niemand zin om een boek over je uit te brengen. De Amerikaanse journaliste Mignon McLaughlin zei er het volgende over: “Every society honors its live conformists and its dead troublemakers”, maar spijtig genoeg komt dat eerbetoon er voor vele overledenen blijkbaar ook niet.

Bespotting door onwetendheid
Dit is geen pleidooi voor een herleving van het feminisme – dit is een pleidooi voor de waardevolle erkenning van hen die vrouwen in de Nederlandse samenleving primaire humane behandeling hebben gegarandeerd. Door dat grondvest kunnen latere generaties andere, meer impliciete zaken, ter discussie stellen. Maar hoe kunnen we ooit verwachten verdere verandering (op wellicht onredelijke, onrealistische en onuitstaanbare) te bewerkstelligen als vrijwel niemand afweet van het fundament? Begrijpelijk is het dat zij die zichzelf tegenwoordig feminist noemen door sommigen bespot, beledigd en hun doelen gemarginaliseerd worden, wanneer ‘tegenstanders’ het enorme historische grondvest niet kennen.

Portrettering van de Engelse eerstegolf-feministen (voornaamste doel: stemrecht vergaren) in de media destijds

Zij die weten dat ze zonder de oude garde feministen verbannen zouden zijn tot de vierkante meters van het huis, bij verkrachting hun zwangerschap niet voortijdig zouden mogen afbreken, geen studieboeken zouden mogen aanraken, geen rood potlood zouden mogen optillen om over de volksvertegenwoordiging te besluiten en volgens de wet minder verdienen dan hun mannelijke medemens zijn gedwongen de noodzaak – vroeger of nu – van de beweging te erkennen.

De reductie
Zullen personen die op dit moment in Nederland het (institutionele) racismedebat leiden later in de geschiedenisboeken verschijnen? Ik hoop van wel, maar vrees van niet. Zij zullen wellicht in het beste scenario gereduceerd worden tot radicalen, leden van een groepering, en zullen wellicht zo’n drie regels in een maatschappijleerboek vullen. Net zoals de oude garde feministen. Dat leidt tot de confronterende realisatie: de onredelijke, onrealistische en onuitstaanbare revolutionairen worden liever genegeerd dan erkend. Voor wij voortborduren op hun veldslag, verdienen zij erkenning.

Comments

comments