Meer vrouwelijke hoogleraren is geen schending van onze grondwet

Vandaag verscheen er op Volkskrant.nl een interview met de filosoof Sebastien Valkenberg. Hij reageerde op de maatregel van minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (waaronder Emancipatie) waarbij ze geld vrijmaakt voor het aanstellen van honderd nieuwe vrouwelijke hoogleraren dit jaar. Waarom? Omdat er momenteel een bizar verschil is tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke (nog niet te spreken over niet-witte) hoogleraren: maar slechts 17% van de hoogleraren in Nederland is vrouw. 

Valkenberg betoogt in dit interview dat het pleiten voor meer vrouwelijke hoogleraren in “tegenspraak is met artikel 1 van onze grondwet”. In dat artikel staat “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Wat Valkenberg echter vergeet te vermelden, en zoals zovelen vergeten bij het paraderen met dit artikel, is dat er vóór deze regel een belangrijke zin staat, namelijk: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.”

Ook in andere (internationele) verdragen die Nederland heeft ondertekend, zoals bijvoorbeeld het Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa en het CEDAW-verdrag van de Verenigde Naties (Convention of The Elimination of All Forms of Discrimination against Women) wordt structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen als beginpunt genomen.

In gelijke gevallen worden mensen gelijk behandeld, inderdaad, maar niet in dit geval – want er is geen sprake van gelijkheid. Die moet eerst gecreëerd worden, namelijk door maatregelen te nemen, bijvoorbeeld tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke hoogleraren. Van schending van de grondwet is er dus absoluut geen sprake.

“Volg deze logica en kom tot de geïmpliceerde conclusie dat vrouwen incapabel zijn”

Vervolgens gebruikt Valkenberg het terugkerende meritocratie-argument: we moeten mensen op basis van kwaliteit en kunde aanstellen, niet op basis van geslacht! Ten eerste sluit het één het ander niet uit. Bij quotawetgeving wordt er uitgegaan van gelijke geschiktheid; pas dan wordt een vrouw gekozen, omdat er een structurele ongelijkheid ingehaald moet worden. Ten tweede: volg deze logica en kom tot de geïmpliceerde conclusie dat vrouwen incapabel zijn. Er zijn namelijk minder vrouwen, maar we moeten mensen op basis van kwaliteit kiezen, dus hebben vrouwen blijkbaar minder kwaliteiten.

Valkenberg creëert een paradoxale Catch-22 situatie: het is onmogelijk een daadwerkelijke meritocratie te bereiken omdat hij de maatregelen daartoe als discriminatie (tegen mannen) beschouwt. Hij meent dat er een meritocratie bestaat, maar vrouwen kunnen daar klaarblijkelijk niet goed in presteren: “Het kan dan voorkomen dat de ene groep oververtegenwoordigd is en de andere groep ondervertegenwoordigd”. Buitenom dat dit een soort biologische inferioriteit veronderstelt, geeft hij later aan dat áls er belemmerende factoren bestaan binnen de meritocratie, die dan wel moeten worden aangepakt. Dat is wat minister Bussemaker doet. Maar volgens Valkenberg is maatregelen nemen discriminatie tegen de bevoorrechte groep.

Het is goed mogelijk dat Valkenberg zich wegens deze maatregel van Bussemaker bedreigd voelt in zijn eigen positie als witte man. Gelijkheid voelt voor geprivilegieerden vaak als onderdrukking. Of zoals Obama het in zijn afscheidsspeech verwoordde over antiracisme-activisten in zijn land: “They’re not demanding special treatment, but the equal treatment that our founders promised”.

Comments

comments