Mansplain Monday #4: Fuck de ‘echte man’

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week: Sander over de mythe van de ‘echte man’. 

Gelijkheid, blijheid, maar aan gendernormen mogen we niet komen. Dat is wat ik vorige week maandag leerde van Maxime Hartmans optreden bij De Wereld Draait Door. We hebben weer echte mannen nodig – mannen die niet naar vrouwen luisteren! “Daarmee wil ik niet zeggen dat de vrouw terug naar het aanrecht moet,” zei Hartman. “Want ik juich eigenlijk het feminisme toe. Maar de man blijft achter als een sukkeltje, met z’n IKEA- of z’n GAMMA-tassen achteraan hobbelend bij wat de vrouw allemaal bepaalt. En dat moet een keer stoppen.”

Hartman is natuurlijk een satiricus die zich altijd kan verschuilen achter ‘neem het niet zo serieus joh’, maar hij verwoordt hier wel een sentiment dat je vaker serieus tegenkomt. Zie bijvoorbeeld Evgeniy Levchenko: “Wanneer vrouwen zich als mannen gaan dragen – en als mannen zich als vrouwen gedragen – dan groeit er iets scheef in een maatschappij.” Levchenko stelt eigenlijk dat feminisme allemaal leuk en aardig is, maar gendernormen toch echt wel in stand moeten blijven. Als mensen hier bezwaar tegen maken gaat de redactie van Esquire steigeren en klagen over ‘militante’, ‘lichtgeraakte’ en ‘extremistische’ feministen. Van ironie hebben ze daar geen kaas gegeten.

Dat Levchenko en Hartman zich op een bepaalde manier willen gedragen is hun goed recht, zo lang ze niemand daarmee schaden, maar zodra ze dit framen als een kwestie van ‘echte mannen’ houden ze seksistische gendernormen actief in stand. Het construct van de echte man is blijkbaar zo zwak dat hij constant beschermd moet worden. We zagen het ook toen Paulien Derwort beweerde dat een ‘echte vrouw’ (lees: zij) een ‘echte man’ (lees: de mannen die zij persoonlijk leuk vindt) wil. Ze stelde wel dat ‘iedereen moet kunnen zijn wat hij is’, maar ondertussen schrijft ze iets wat heel anders impliceert.

Google ‘echte man’ en je vindt bakken aan columns over een gebrek aan mannelijkheid, en advies voor mannen die denken een ‘echte man’ te moeten zijn om aan een date te komen. Gendernormen in stand houden gebeurt ook op ietwat subtielere wijze. Bijvoorbeeld, voor een dubbele dosis seksisme en homofobie, toen Theo Maassen beweerde dat huilende mannen gelijk staan aan homoseksualiteit. Als je je niet gedraagt naar het bizarre ideaal van een ‘echte man’, dan moet je daar constant op worden gewezen.

“Zelfs een ‘mannenblad’ als Esquire vindt het belangrijker om gendernormen in stand te houden, dan hun publiek zichzelf te laten zijn”

De echte man is een onmogelijk ideaal. Een echte man huilt niet. Een echte man volgt voetbal en drinkt bier. Een echte man heeft veel seks, het liefst met veel verschillende vrouwen. Een echte man kijkt RTL 7 (‘alleen voor mannen’) en niet Net 5. Een echte man heeft alles onder controle: zijn leven, zijn baan, zijn inkomen, zijn bezit, zijn gevoelens, ‘zijn’ partner. Een echte man is niet gevoelig, niet kwetsbaar, en luistert vooral niet naar zijn partner in de IKEA.

Fuck that. Fuck de mensen die mijn gedrag willen beperken omdat zij zo gehecht zijn aan bepaalde gendernormen. Ik kijk voetbal en drink bier, maar ik kijk net zo goed Broad City, Jane the Virgin en Crazy Ex-Girlfriend. Ik luister naar metal, maar ook naar Rihanna, M.I.A. en Beyoncé. Ik heb seks zo vaak als ik en ‘mijn’ partner willen, en hoe we dat doen gaat niemand iets aan. Ik behoud het recht om machteloos te zijn, om mijn leven, mijn baan, mijn inkomen, mijn bezit, mijn gevoelens, ‘mijn’ partner niet onder controle te hebben. Geen van die dingen maken mij meer of minder man dan wie dan ook, en iedereen die wat anders beweert mag de onnavolgbare Ta-nehisi Coates gaan lezen (h/t).

One thing I’ve appreciated about Prince, as I’ve aged, is that he knows how to sing about sex, like a man honestly singing about sex. Much of the misogyny in hip-hop (and I suspect in other art forms too) comes from, forgive my profanity, a deep-seated fear of ass. Men—and especially young men—fear what they will do to be physically involved with a woman with whom they’re infatuated. They compensate by turning this fear on its head and projecting. They make women into temptresses, gold-diggers, and villains, and make themselves into conquering heroes. Pussy don’t rule me, they’ll say—even though pussy ain’t thinking about them. Which is the problem, or rather their problem.

Gendernormen eisen van mannen dat we alles onder controle hebben, een onmogelijk ideaal, waarbij iedere zwakte verborgen moet worden met agressie en ontkenning. Het leidt tot krampachtig gezeur, en heel wat verwarde jonge mannen die denken dat het feit dat zij niet aan deze normen kunnen voldoen, aan vrouwen ligt – soms met gewelddadige gevolgen.

Daarom is feminisme niet slechts goed voor vrouwen, maar ook voor mannen: dit soort onmogelijke eisen worden constant gedeconstrueerd en aangevallen door militante, lichtgeraakte, extremistische feministen. Dat is nodig ook: zelfs een ‘mannenblad’ als Esquire vindt het belangrijker om deze normen in stand te houden, dan hun publiek zichzelf te laten zijn.