Mansplain Monday #30: Colin, feminisme gaat niet om jou

In de rubriek Mansplain Monday wisselen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze hun visie op seksistische zaken. Deze week schrijft Lucas een reactie op het pleidooi van Colin van Heezik in de Volkskrant afgelopen zaterdag, voor ‘manvriendelijk feminisme’. 

Beste Colin,

Het was een aardige trip naar cliché-land, je stuk in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het is even geleden dat ik zoveel klassieke drogredenen las over wat en vooral voor wie feminisme is. De verleiding was groot om er met gestrekte bijl op in te hakken, neem dat van me aan. Omdat jij echter blijkbaar gevoelig bent voor harde taal en graag een vriendelijk debat aangaat, zal ik dat hier echter achterwege laten en me even aardig en begripvol opstellen. Bij dezen dus, een momentje vriendelijke uitleg van een mede-XY’er die zich dood ergerde aan je brief.

Even bij het begin beginnend. Je noemt jezelf feminist. Eerst en vooral: dat plakkertje maakt je nog niet gelijk een goeie vent. Ik denk echter niet dat je zo’n welwillend feminist bent. De aanleiding van dit stuk is een eerder stuk voor NRC waar je Julien Blanc in verdedigde. Inderdaad, dezelfde Julien Blanc die als datingcoach aanraadde dat je vrouwen maar bij de keel moet pakken als versiertactiek. Daarmee beland je in hetzelfde rijtje als Thierry Baudet die hetzelfde deed bij DWDD, bepaald geen rijtje waar je veel welwillende feministische mannen gaat vinden. Je nogal aangevallen toon later in het stuk doet vermoeden dat je van die kritiek verdomd weinig geleerd hebt en ook dat is voor een ‘feminist’ niet best. Je verdedigde een aanrander, dan is het niet gek dat je stevige kritiek krijgt.

“Wat ‘wij mannen’ níet moeten doen, is vrouwen vertellen hoe ze hun strijd moeten voeren”

Los daarvan heb ik een probleem met jouw stelling dat feminisme mannen nodig heeft. Om het even simpel te zeggen: feminisme gaat niet om jou, en het gaat er ook niet om jou of welke andere man dan ook zich er comfortabel bij te laten voelen. Het gaat om het afbreken van structurele onderdrukking en dat is voor ons mannen – die daar jarenlang van profiteerden – nou eenmaal geen fijne boodschap. Jij lijkt te zeggen dat feministen een verantwoordelijkheid dragen om die boodschap vervolgens nog acceptabel voor mannen te maken en dat is de wereld op z’n kop.

Natuurlijk helpt het als mannen zelf feministische ideeën hebben, als ze willen luisteren naar vrouwen, als ze meewerken om die gelijkheid te bereiken. In een samenleving als de onze hebben mannen ten opzichte van vrouwen een aantal voordelen. We worden minder snel beoordeeld op uiterlijk, hebben meer posities van autoriteit en schuiven bijvoorbeeld sneller aan in media – dat laatste even als antwoord op je vraag of ‘wij mannen’ ook mogen meepraten.

Als mannen die ruimte gebruiken om feministische idealen te realiseren ten opzichte van andere mannen, fantastisch. In die zin moeten mannen zeker meedoen, en Sander en ik hebben daar op deze plek al vaker toe opgeroepen. Het moet echter níet zo zijn dat het feminisme zo wordt uitgehold omdat mannen zich er anders niet thuis voelen: om in jouw metafoor te blijven, dat zou hetzelfde zijn als Geert Wilders nog democraat noemen.

Wat ‘wij mannen’ níet moeten doen, is vrouwen vertellen hoe ze hun strijd moeten voeren. Dat ze toch maar vooral vriendelijk moeten blijven, omdat wij anders misschien afgeschrikt zouden worden. Sorry Colin: bepalen op wat voor manier er tegen onderdrukking gevochten mag worden, is net zo erg als de onderdrukking zelf. Bovendien is het bijzonder irritant dat je stelt dat vrouwen mannen ‘nodig’ zouden hebben om gelijkheid te realiseren, en ze zo wéér van mannen afhankelijk te maken. Volgens mij kunnen ze dat prima zelf, en zelfs als het nodig zou zijn: dan toch niet op de ‘laten we toch vooral vriendelijk blijven’-manier.

“Beste Colin, sociaal activisme bestaat er niet om het leuk te houden voor de dominante groep”

Als we het dan toch over de toon hebben, stoor ik me ook aan de flauwe clichés die je gebruikt om je punt kracht bij te zetten. Het is niet erg feministisch om te zeggen dat vrouwen hun ‘feministische mantra’s’ moeten thuislaten als ze strijden tegen de GeenStijl-hordes. Daar hebben de vrouwen overigens geen Germaine Greer bij nodig gehad – die je tussen haakjes best zou mogen lezen, dan begrijp je wellicht iets meer van dingen als machtsbalans en structurele ongelijkheid.

Mocht je bovendien de kaart bange witte man niet getrokken willen gezien, gedraag je dan ook niet zo. Schiet niet gelijk in de verdediging wanneer je kritiek krijgt op je seksistische Julien Blanc-stuk, maar absorbeer het en leer ervan. Ga je niet te buiten aan giftige stereotypes als ‘manonvriendelijk tuinbroekfeminisme’, want dat is geen haar beter dan wat de GeenStijl-hordes voor feminisme houden.

Weet je wat beter zou zijn? Als je je richt tot al die mannen die zich aangevallen voelen als ze worden gewezen op hun privilege. Als je je energie steekt in het bekritiseren van al die mannen die vrouwen de mond proberen te snoeren als die voor hun eigen rechten op komen. Als je je kritiek richt op de anonieme hordes die met seksistisch commentaar iedere vrouw met een stevige mening zo proberen te intimideren dat ze zich terugtrekt. Dat lijkt me een stuk zinniger dan je ‘poe poe, nou nou, het mag een onsje minder’-boodschap die je in de Volkskrant bracht.

Beste Colin, sociaal activisme – of het zich nou tegen seksisme, racisme, of andere onderdrukking richt – bestaat er niet om het leuk te houden voor de dominante groep. Om even met John Oliver te spreken: ben je het beu om steeds gewezen te worden op seksisme? Moet je na gaan hoe beu de vrouwen het zijn die het steeds ervaren, en verdedigd zien – bijvoorbeeld door vogels zoals jij. Wellicht dat je dan inziet hoe schadelijk het is om de strijd daartegen op haar middelen aan te vallen, want nu ben je gewoon een ordinaire mansplainer.

Groet,

Lucas

Comments

comments