Mansplain Monday #26: Politieke representatie doet er toe

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week: Sander over de representatie van ongelijke groepen, specifiek vrouwen, in de politiek.

De Nederlandse politiek wordt gedomineerd door seksisme. Helaas niet slechts de platvloerse vrouwenhaat van een Arthur van Amerongen, de wandelende onderbuikspreekpop die natuurlijk een column heeft want Nederland, die Artikel 1 sarcastisch“de geilste partij van Nederland” noemde. Dat seksisme is verwerpelijk, maar relatief zeldzaam.

Nee, het seksisme dat we in de Nederlandse politiek zien is vaak iets subtieler. De manier waarop er over vrouwelijke politici wordt geschreven is bijvoorbeeld gestoeld op de aanname dat er een tegenstelling tussen vrouwen en politieke activiteit zou zitten.

Het gevolg is dat als een vrouw een keer de positie van minister van Defensie krijgt, het wordt gebracht alsof een mannenbolwerk wordt gesloopt. Er moet dan ook uitgebreid worden geanalyseerd of haar vrouwzijn nu nog iets gaat veranderen aan een gigantische bureaucratie die naar een volledig kabinet luistert.

Zo’n kabinet is in Nederland natuurlijk nog nooit door een vrouw geleid: we hebben geen vrouwelijke minister-president gehad, en gaan die de komende Tweede Kamerverkiezingen ook niet krijgen. Geen van de grote politieke partijen heeft zelfs ooit een vrouw als lijsttrekker gehad.

Geert de vrouwenvriend
Daarom 
is het misschien groot nieuws als Geert Wilders twee vrouwen op plaats twee en drie van zijn kandidatenlijst zet, maar het feit dat hij maar zeven andere vrouwen in de top 30 heeft negeren we dan maar. Het feit dat het noemenswaardig is dat een partij twee vrouwen in de top drie plaatst, zegt veel over de gebrekkige representatie van vrouwen in onze landelijke politiek.

“Geen van de grote politieke partijen heeft zelfs ooit een vrouw als lijsttrekker gehad”

In theorie moet de Nederlandse politiek het Nederlandse volk representeren. Het Nederlandse volk bestaat voor ongeveer de helft uit vrouwen — maar in de nationale politiek is dat absoluut niet het geval.  Op de 150 zetels in de Tweede Kamer zitten momenteel 57 vrouwen (een dieptepunt in het afgelopen decennium), en in de Eerste Kamer zijn er 27 vrouwen op 75 leden.

Dat betekent dat een matige 37% van de landelijke politieke representatie vrouwelijk is, waaronder tot een maand geleden welgeteld één fractievoorzitter in de Tweede Kamer: Marianne Thieme. Attje Kuiken nam in december de PvdA-stok over van Diederik Samsom, maar zal dit na de verkiezingen hoogstwaarschijnlijk weer op moeten geven. Ze staat op nummer zes op de kandidatenlijst van de PvdA.

Het lijkt er niet op dat dit jaar fundamenteel gaat veranderen. Er zijn maar drie vrouwelijke lijsttrekkers zijn, waarvan twee (Sylvana Simons en Ancilla van der Leest) niet zeker zijn van een kamerzetel.

Buiten de fractievoorzitters is het niet veel beter. De VVD heeft maar 11 vrouwen in zijn top 30. Geert Wilders kreeg aandacht met vrouwen op twee en drie, maar heeft maar 7 andere vrouwen in de top 30. Het CDA: 11 in de top 30. GroenLinks: 12 in de top 30. SP: 8 in de top 30.

Onder de meeste andere partijen zien we niets anders.. D66: 12 in de top 30. ChristenUnie: 4 van de 10. Denk: 8 van de 18. VNL: 3 van de 18. 50Plus: 7 van de top 20. Forum voor Democratie: 7 in de top 30. De Piratenpartij mag dan een vrouwelijke lijsttrekker hebben, maar heeft maar 2 vrouwelijke kandidaten op een 32 mensen tellende lijst. Over de SGP gaan we het maar helemaal niet hebben.

Welgeteld drie partijen doen het beter, alle kleine, kansloze partijen negerend. De Partij van de Dieren heeft 19 vrouwen en 10 mannen op haar kieslijst, een feit waar ze expliciet trots op zijn, Artikel 1 heeft tot nu toe drie kandidaten bekend gemaakt, allen vrouwen, en de Partij van de Arbeid zet mannen en vrouwen om-en-om op de lijst — al moet er natuurlijk wel een man bovenaan staan.

Het voelt niet meritocratisch (alsof dat een doel zou moeten zijn), zo’n vrouw en man om-en-om op de lijst. Maar het is wel een goede manier om er voor te zorgen dat impliciete voorkeuren qua gender zo weinig mogelijk invloed hebben. Die voorkeuren hebben natuurlijk in het hele politieke selectieproces, zowel binnen als buiten de partij, een grote invloed op de samenstelling van lijsten en de Tweede Kamer.

Méér dan de poppetjes
Pure representatie is natuurlijk niet het begin en einde van een feministische visie op de Nederlandse politiek. Wat heb je aan vrouwelijke representatie als ze moslima’s als onmensen behanden, zoals de PVV, pleiten voor verregaande beperkingen van het abortusrecht, zoals de ChristenUnie, of sociale voorzieningen steeds verder willen afbreken, zoals de VVD?

De visie van alleen gender is natuurlijk ook beperkend. Zo verdwijnt Amma Asante, de enige zwarte vrouw in de Tweede Kamer, hoogstwaarschijnlijk weer uit het parlement na de verkiezingen. We hebben drie christelijke partijen, en niet een islamitische. De representatie van LHBTQIA+ mensen is ronduit slecht te noemen — er zit bijvoorbeeld geen enkel trans persoon in de kamer.

Maar als we niet eens een gelijkwaardige verhouding van mannen en vrouwen in de Tweede Kamer voor elkaar kunnen krijgen, hoe gaan we dan ooit een gelijkwaardige genderpolitiek voeren, laat staan een politiek die ongelijkheid in het algemeen kan bestrijden?

Comments

comments