Mansplain Monday #24: Durf (witte) cultuur te benoemen

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week: Sander over hoe we weigeren een cultuur van seksueel geweld, specifiek bij witte mannelijke daders, te benoemen. 

Het was afgelopen week uitgebreid in het nieuws: een op de vier Europeanen vindt verkrachting in sommige gevallen verdedigbaar, volgens een Eurobarometer rapport. Een feit dat ironisch genoeg vooral als “seks zonder toestemming” werd weergegeven in de Nederlandstalige pers, waarmee meteen duidelijk wordt hoe dit kan: doordat we seks zonder toestemming niet noodzakelijk als verkrachting zien.

In het Engels heet de normalisering of bagatellisering van seksueel geweld rape culture, maar de term ‘verkrachtingscultuur’ kom ik in Nederland bijna nooit tegen. Ons probleem met seksueel geweld wordt nooit structureel maar altijd individueel benaderd, behalve dan als de daders een huidskleur hebben die bruiner is dan de mijne. Dan wordt het geweld representatief van een cultuur — maar nooit die van ons witte Nederlanders. Altijd de cultuur van die ander.

Dat kinderen massaal seksueel werden misbruikt in Nederlandse katholieke instellingen, en dat Nederlandse katholieke gemeenschappen meewerkten aan het verbergen en normaliseren van dat seksuele geweld is bekend, maar is nooit een indicator van de Nederlandse cultuur in het algemeen geworden. Noch het feit dat autochtone Nederlanders overgerepresenteerd zijn in de statistieken van kindermisbruik.

Individu mogen zijn is een luxe
Zo werkt het natuurlijk vaker. Als witte Nederlander mag je jezelf zijn, een individu, slechts een representatie van jezelf. Als Nederlander van kleur niet: dan ben je, zodra je iets fout doet (of men denkt dat je dat doet) opeens een representatie van een zogenaamd niet-Nederlandse bevolkingsgroep. Want de status van echte Nederlander heb je alleen onder voorbehoud, en die status kan in iedere discussie zo verdwijnen als je niet wit bent.

Dit betekent niet dat we identiteit dan maar moeten negeren, want daarmee verdwijnen ook relevante machtsstructuren. Dat dat zielige carnavalslied over Sylvana Simons niet representatief is voor alle witte mensen, maakt nog niet dat de witheid van de maker en het beoogde publiek niet relevant is. En als die identiteit relevant is, moet hij ook benoemd worden.

Toch kan het benoemen van de witte identiteit op veel weerstand rekenen, dan wordt het ‘hokjesdenken’, zoals Yaël Vinckx in NRC betoogt. Dat hokjes complexere realiteit uitvlakken klopt, maar dat Vinckx witte schrijvers als enige concrete probleem van hokjesdenken kan noemen geeft ook aan dat haar stuk juist gaat over het beschermen van witte mensen, en niet over het racistische hokjesdenken.

We moeten individuen niet als representatief voor hun bevolkingsgroep behandelen, maar we moeten ook niet bang zijn om machtsverhoudingen en structurele ongelijkheid die in identiteiten zijn verankerd te benoemen — die worden juist duidelijk door de abstractie van hokjes. En door die abstractie wordt ook duidelijk dat wij een cultuur hebben, dat witheid en de Nederlandse norm niet normaal is.

“We moeten individuen niet als representatief voor hun bevolkingsgroep behandelen, maar ook niet bang zijn om structurele ongelijkheid die in die identiteiten zijn verankerd te benoemen”

Naar onze verkrachtingscultuur
Wat gebeurt er als we onze eigen cultuur niet meer als een onzichtbare norm behandelen, maar als een problematisch gegeven? Dan zien we ook dat we een verkrachtingscultuur hebben. Dat de reflexen om verkrachting te bagatelliseren, die ook in hetzelfde Eurobarometer naar voren komen, daar een onderdeel van uitmaken. Dat het feit dat wij “seks zonder toestemming” geen verkrachting durven noemen daar bij hoort.

Die cultuur heeft veel aspecten. Zo is de notie dat mannen ook slachtoffer van seksueel geweld kunnen worden nog steeds niet vanzelfsprekend. Verkrachting van mannen wordt eerder de punchline van een grap, dan een serieuze realiteit — en in grappen zijn het ook altijd slachtoffers die de punchline zijn, en nooit de daders. Justine heeft eerder over al die aspecten geschreven, in het kader van een jaar #zeghet.

Wat die cultuur ook duidelijk maakt is dat we haar niet los kunnen zien van identiteit. Seksueel geweld is een Europa-breed en wereldwijd probleem. De manieren waarop dat probleem zich manifesteert zijn gendered, en verschillen van plaats tot plaats. Wat gemeengoed is, is dat mannen overal de overgrote meerderheid van de daders zijn.

De mannelijke identiteit is onbespreekbaar
Maar de mannelijke identiteit, die wordt niet ter sprake gesteld. De witte mannelijke cultuur, of dat nu die van de machoman of de nerderige pick-up artist is of een andere vorm van identiteit, blijft grotendeels buiten schot.

De witte dader is bijna altijd een individu, weliswaar een problematisch, te verafschuwen individu, maar niet iemand die zijn daden binnen de context van een cultuur begaat, niet iemand wiens acties worden gesteund door een discours dat hem rationalisaties en verdedigen op een presenteerblaadje aangeeft.

Daar moeten we van af. We moeten beginnen met verkrachtingen en ander seksueel geweld in context te plaatsen, het te hebben over de manieren waarop mannen met geweld wegkomen, en hoe onterecht sceptisch mensen tegenover slachtoffers staan.

“De witte mannelijke cultuur, of dat nu die van de machoman of de nerderige pick-up artist is of een andere vorm van identiteit, blijft buiten schot”

Dus als een politicus zijn vrouw van “afpersing” beschuldigt omdat ze zegt dat hij haar geslagen heeft, moeten wij benoemen dat deze tactiek constant wordt gebruikt door mannen om verantwoordelijk te ontwijken — zeker als hij zelf toegeeft “handtastelijk” te zijn geweest. Als een scheidsrechter zichzelf tot slachtoffer bombardeert als hij beschuldigd wordt van mishandeling, moeten wij ook benoemen hoe zo’n omdraaiing een veelvoorkomende tactiek van daders is. Als een Nederlandse vrouw in Qatar verkracht wordt, en de vragen gaan over of zij een sekswerker is en wat zij daar dan wel niet deed, moeten we aangeven dat het slachtoffer de schuld geven van haar verkrachting precies is hoe mannen er mee wegkomen. En als iemand haar persoonlijke verhaal over seksueel geweld vertelt, en daarna vooral zelf de schuld krijgt, niet geloofd wordt en de politie geen actie wil ondernemen, dan moeten wij het hebben over de manier waarop de maatschappij, inclusief de politie, seksueel geweld bagatelliseert.

Zo kunnen we de verkrachtingscultuur benoemen en bestrijden. Door duidelijk te maken hoe hij werkt, hoe de scenario’s zich constant herhalen, hoe het draaiboek voor mannelijke daders werkt en hoe makkelijk dat is aan te spreken. Durf de onderliggende cultuur te benoemen.

Van 25 november (Internationele dag tegen geweld tegen vrouwen) tot 10 december (Mensenrechtendag) wordt er internationaal aandacht gevraagd voor (seksueel) geweld tegen vrouwen. Sander neemt op 6 december in dit kader dan ook plaats in een panel, georganiseerd door Doetank Peer en Emancipator. Bij de avond “Seks is geweld(ig)” staat de rol van mannen bij geweld tegen vrouwen centraal. Hier kan je je aanmelden. 

Comments

comments