Mansplain Monday #22: Verhalen doen ertoe

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week Lucas over hoe belangrijk het is om minderheden aan het woord te laten.

Het is november, de intocht nadert en dus is de Zwarte Piet-discussie weer in volle heftigheid losgebarsten. Voorbij de inhoudelijke discussie over Zwarte Piet en de delegitimering van activisme en emotie in dat debat is er de vraag wie dat debat eigenlijk controleren. Er wordt veel aandacht besteed aan degenen die aan de protestkant zichtbaar zijn, maar laten we ook eens kijken wie zich vocaal mengen in de pro-Piet kant. Van een imitatie-Wilders via de echte Wilders, tot een gewezen kandidaat-lijsttrekker voor de verkeerde partij: allemaal zijn het witte mannen die menen te moeten bepalen dat anderen zich niet beledigd mogen voelen door een openlijke blackface. Hetzelfde geldt voor de NPO-directeuren die zich afgelopen mei nog bijzonder lafjes uitlieten over de kleur van de Pieten bij de Sinterklaasintocht.

Imagination land
Als je het van een afstandje bekijkt is het eigenlijk volslagen bizar. Zwarte Piet is een fictief figuur, een verzinsel, en op een groep kinderen van een zekere leeftijd na weten we dat het een verzinsel is. Het wordt echter wat meer verklaarbaar als je je realiseert dat ook fictieve figuren, beelden en verhalen er toe doen. Hoe we de wereld bezien wordt niet alleen bepaald door de koude feiten en de waarneembare wereld; hij wordt ook bepaald door onze verbeelding, en hoe we betekenis geven aan die verbeelding. We gebruiken verhalen en metaforen om elkaar lessen te leren over de echte wereld, tot het punt dat je je kunt afvragen wat ‘echt’ is. Om eens een argument aan South Park’s Imaginationland-aflevering te ontlenen: hoeveel fictieve figuren hebben je leven wel niet beïnvloed met hun ervaringen, belevenissen en uitspraken, en hoeveel ‘echte’ mensen? Ze helpen ons een narratief te maken van ons leven, gemeenschappelijke ervaringen te vinden, al is die alleen maar in een gedeelde liefde voor Star Wars en de overtuiging dat Han Solo eerst schoot.

Narratives matter, en er zijn hele takken literatuurwetenschap en taalfilosofie die zich met het collectieve narratief bezighouden, en wat zo’n narratief over een bepaalde groep zegt. Hetzelfde geldt voor studies over nationalisme en etnisch conflict. Benedict Anderson’s Imagined Communities en Anthony Smith’s Myths and Memories of the Nation leggen allebei de nadruk op het belang van gedeelde verhalen en een gedeelde geschiedenis voor het construeren van een groepsidentiteit, zoals etniciteit of nationaliteit – ook als die verzonnen, overdreven of verdraaid zijn, het feit dat we erin geloven geeft ze kracht. Zie onze eigen ‘Gouden Eeuw’, die heel wat minder ‘goud’ was dan we vaak denken, maar van levensbelang voor wat we nu zien als onze nationale identiteit. Het is ook relevant wie controle heeft over het narratief en hoe ze die controle gebruiken. Daarom is het witte verzet tegen Zwarte Piet ook zo groot: veel meer dan alleen over die ene figuur, gaat het over het mede laten bepalen van onze collectieve verbeelding door mensen van kleur. Daarom maken we ons druk om #oscarssowhite, omdat regisseurs, scenaristen en producers de verhalenvertellers van dit moment zijn en een groot stempel drukken op onze verbeelding en ons narratief.

#oscarssowhite en het n-woord
A propos #oscarssowhite: neem Quentin Tarantino. Ik zal alvast eerlijk toegeven dat ik best fan ben van (de meeste van) zijn films, in het bijzonder van Reservoir Dogs. Niettemin valt werd ik bepaald ongemakkelijk bij de absurde hoeveelheid N-bombs die met name in z’n laatste twee films valt. Het argument dat dit past bij de context gaat hier niet op. Tarantino maakt absurdistische, geperverteerde versies van de werkelijkheid – hij maakt zíjn werkelijkheid. Kill Bill, Inglourious Basterds, Django Unchained, The Hateful Eight, het zijn op Westerns en Kung Fu-klassiekers gebaseerde wraakfantasieën die de geschiedenis ten hoogste als cartoonesk decorstuk gebruiken. Zelfs het geweld is bewust over de top; je ziet in Tarantino-films de zakjes nepbloed bijkans ontploffen bij ieder schot dat gelost wordt. In dat narratief is er, anders dan in het veel accuratere 12 Years A Slave, nauwelijks noodzaak voor een excessieve hoeveelheid N-bombs. Integendeel, het is een bewuste artistieke keuze, evenals de keus om zijn eigen karakter in Pulp Fiction die woorden in de mond te leggen, of Django’s bevrijding op te hangen aan een witte reddende engel.

Iets minder heftig maar zeker niet minder relevant is de discussie die hier speelt rond Robert Vuijsje’s Alleen Maar Nette Mensen en de seksualisering van zwarte vrouwen door de ogen van een witte man. Mitchell Esajas schreef voor New Urban Collective een fantastisch stuk over hoe Vuijsje’s witte blik hem ongeschikt maakt om de Anton de Kom-lezing (een jaarlijkse lezing over discriminatie en intolerantie) te geven. In dat stuk komt veel van deze problematiek terug, en dat ga ik hier niet integraal herhalen. In de kern zit echter hetzelfde probleem als bij Tarantino: een witte man neemt zeggenschap. Dat het hier ‘slechts’ gaat om fictie en we Vuijsje niet moeten vereenzelvigen met z’n hoofdpersoon doet daar niet aan af; hij laat ons door de hoofdpersoon kijken, met hem meevoelen, met zijn verbeelding meeleven. Hij draagt daarmee bij aan onze verbeelding en verbeelding van vrouwen van kleur, en dat maakt zijn woordkeuze, literaire stijlvormen en verhaalwendingen relevant.

Han shot first
Het punt is: verhalen tellen. Niet omdat ze direct de werkelijkheid beïnvloeden of allemaal doorgaan voor geschiedschrijving – weinig mensen zullen hun idee van hoe slavernij eruit zag baseren op Django Unchained – maar omdat ze bijdragen aan een narratief over hoe we met bepaalde zaken omgaan, wat we daarbij voelen en welke taal daarbij hoort. Han Solo’s eerste schot is niet alleen maar relevant voor filmgeeks die niet willen dat hun jeugdliefdes worden veranderd. Die scene zegt een hoop over de morele ambiguïteit van het karakter, en doet ons reflecteren op wat we zelf zouden doen in zo’n situatie, met wie we ons in die situatie identificeren. In dezelfde lijn is de keus wie meepraat over gekleurde verbeelding, en de verbeelding van mensen van kleur relevant voor hoe we collectief tegen mensen van kleur aankijken. Dat is veel te belangrijk om alleen over te laten aan witte mannen.

Comments

comments