Mansplain Monday #15: Kijvende kerels

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week: Lucas over vrouwen in de politiek.

Eigenlijk is het een gotspe dat hij nog gemaakt moest worden: een reportage in de Volkskrant van afgelopen zaterdag, over de volstrekt belabberde vertegenwoordiging van vrouwen in onze nationale politiek. In de vorm van een driedubbelinterview met Renske Leijten (SP), Marit Volp (PvdA) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks), die ieder hun visie gaven op de hobbels waar vrouwen in de Kamer tegenaan lopen. Zelfs in 2016 zijn dat er nogal wat: van seksistische opmerkingen van Kamercollega’s tot onderverdeling van portefeuilles langs klassieke genderlijnen en onvervalste tone policing.

Laat ik aan het begin alvast even zeggen dat het een bijzonder goede zaak is dat deze Kamerleden de moeite nemen om te praten over institutioneel seksisme binnen de politiek, een onderwerp dat nog steeds te vaak wordt weggezet als overgevoelige politieke correctheid. Het volk kiest toch tenminste zelf wel wat het wil? Vrouwen kunnen zich voor iedere partij verkiesbaar stellen – tegenwoordig zelfs bij de SGP, dus waar hebben we het over? Zelfs al wordt in het artikel een wat pijnlijk voorbehoud gemaakt dat het in de politiek niet zo erg is als in andere bedrijfstakken – zoals de Volkskrantredactie – dat het als issue wordt aangekaart is absoluut winst. Niets ten nadele van deze individuele Kamerleden ook, die zich stuk voor stuk toch al een tijdje staande houden in het collectieve hanengevecht dat de politiek vaak is.

Het individu is het schuld
Toch is het een tikje pijnlijk om te lezen dat een stuk over een in zijn essentie politiek onderwerp, nota bene met betrekking op de politiek zelf, zo weinig gepolitiseerd wordt. Er wordt ook weinig gesproken over de vraag,
wat moeten we dan doen? Stuk voor stuk worden de oplossingen op individueel niveau bij vrouwen zelf gezocht, met quota als nog de meest concrete variant. Neem de opmerking over dat hoge vrouwenstemmen bij mannen niet lekker in het gehoor zouden liggen, hetgeen zich zou vertalen in gebrekkige autoriteit van vrouwen.

Of dat klopt of niet laat ik hier even in het midden; wat oppervlakkig bronnenonderzoek hier leerde dat de wetenschappelijke consensus lijkt vooralsnog neer te komen op ‘inconclusive’. Belangrijker is dat het een nogal loze constatering is. Zelfs al is het waar, wat dan? Moeten vrouwen zich dan maar suf roken en een collectief cursusje logopedie krijgen om serieus genomen te worden? Daar zal het Marith Volp die de opmerking plaatste zeker niet om te doen zijn, maar tussen de regels door bevestigt zo’n analyse vooral dat seksisme uiteindelijk een individueel vrouwenprobleem is.

Waar is macht?
Wat vooral uit het interview blijkt is hoe weinig institutioneel seksisme nog wordt begrepen als een probleem van structurele machtsverhoudingen. Veel meer dan de ‘biologische aanleg’ om het niet zo te hebben op vrouwenstemmen ligt het probleem bij de patriarchale machtsbalans die verankerd is in Nederlandse staatsinstellingen. Niet alleen in de Kamer, maar ook in de ambtelijke apparaten, de uitvoerende instellingen en zelfs de journalistieke en lobbywereld die rond dat hele politieke proces bestaat. Wat betreft dat laatste, de vaststelling dat een vrouwelijk Kamerlid ‘hysterisch’ doet heeft weinig effect als (vaak mannelijke) politieke commentatoren hem niet in subtielere bewoordingen
blijven door-echoën.

In zo’n wereld vinden we het nog steeds vanzelfsprekend dat vrouwen het gezellig mogen hebben over zorg, terwijl de kerels over de pegels gaan – niet voor niets hebben we nog nooit een vrouwelijke minister van financiën gehad. In zo’n wereld wachten we in progressief Nederland nog steeds op een vrouwelijke premier, of zelfs op een vrouwelijke premierskandidaat. In zo’n wereld kun je je als Wouter Bos, Lodewijk Asscher of Jesse Klaver profileren met je gezinsverantwoordelijkheden, juist omdat je de uitzondering bent.

Links blijft achter
Je zou beter verwachten, juist van linkse partijen. Niet alleen voor wat betreft het opschudden van de instituties in de personele zin. Waar links op andere terreinen maar al te bereid is om tekeer te gaan tegen heersende waarden, lijkt men erg huiverig om de strijd tegen institutioneel seksisme te omarmen en collectiviseren. Het heeft echter weinig nut om over de poppetjes te praten als die vervolgens ieder afzonderlijk puntjes mogen aankaarten die voor vrouwen relevant zijn, in een verder van masculiene waarden doordrenkt systeem – denk alleen al aan de overspannen houding van de arbeidsmarkt tegenover voltijd- en deeltijdarbeid.

Die strijd kan niet het domein van één partij of daarbij horend vrouwennetwerk zijn, zoals de Rooie Vrouwen in de PvdA er politiek alleen voorstonden. Ja, er bestaat een partij-overstijgend Politiek Vrouwen Overleg, maar dat komt in het interview geheel niet voor. Dergelijke samenwerkingsverbanden zijn broodnodig om structureel tegenwicht te bieden tegen het old boys’ network, dat nog steeds de eenvoudigste manier is om baantjes te verdelen en verondersteld masculiene kernwaarden in stand te houden. Dat geldt te meer voor vrouwen die níet wit en hoogopgeleid zijn, zoals de drie Kamerleden in het interview.

Dergelijke initiatieven blijven vooralsnog echter achter bij de dagelijkse realiteit. Wat verwachten we eigenlijk ook anders, in een land waar iemand premier kan worden die blijkens zijn Zomergasten-optreden niet bereid is ene poot uit te steken voor de emancipatie van een ander? Rutte, die eerder al heeft laten zien vanuit zijn positie weinig te willen doen voor vrouwenemancipatie, is met zijn houding exemplarisch voor hoe we hier naar issues van machtsongelijkheid denken: het systeem is zoals het is, en het is aan jezelf om je er in te knokken. Als zelfs de premier zich niet geroepen voelt zich hard te maken voor een enigszins gelijkwaardige samenleving voor iedereen, blijft het bergop vechten om het op de politieke agenda te houden. Drie uitstekende vrouwelijke Kamerleden met het lef om het uit te spreken ten spijt.