Mansplain Monday #14: Macht is alles

In de rubriek Mansplain Monday wisselen feministische mannen Lucas en Sander elkaar af en beschrijven ze wekelijks hun visie op seksistische zaken. Deze week: Sander over het armoedige Nederlandse intellectuele klimaat, met name betreft zelfreflectie.

Het is te absurd voor woorden hoe we al weken een discussie voeren over de boerkini. Het is een discussie die in Nederland vooral in termen van keuzevrijheid wordt gevoerd, vaak slordig, soms goed, zoals Justine dat bijvoorbeeld een paar weken geleden deed. Buiten Nederland gaat de discussie dieper, neemt het intellectuele perspectieven aan die we hier zelden zien: die van hegemonie, van machtsverhoudingen, van structurele onderdrukking en historische, culturele normen.

Sara Salem schreef een uitstekend stuk over hoe ras, klasse en gender elkaar doorsnijden in het boerkini-discours. Alissa Rubin had het over een lange geschiedenis van kledingsnormen. Assma Maad sprak met vrouwen die boerkini’s dragen, en welk effect het verbod op hen had, en hun positie binnen de Franse maatschappij. Sara Farris schreef over secularisme als de dominante religie die haar normen aan Frankrijk oplegt. Vaak werd Frantz Fanon aangehaald, die in 1959 schreef over Franse kledingwetten in gekoloniseerd Algerije. De reacties op het boerkiniverbod waren gevarieerd, geïnformeerd, en van historische kennis en hedendaagse analyse voorzien.

Moslima voor een dagje
En in Nederland? Hier
vragen we niet-islamitische journalisten om een boerkini aan te trekken, want moslims die een boerkini gebruiken aan het woord laten is toch echt veel te moeilijk. Nu zou dat deels gecompenseerd kunnen worden met wat diepgang in andere artikelen, maar zodra de hoge witte heren van de Nederlandse opiniemarkt hun toetsenbord aanraken, wordt weer eens duidelijk dat we in een intellectueel armoedig land leven.

Zoals gewoonlijk was Jonathan van het Reve de zwakste, maar ook symptomatisch. Zonder enig gevoel voor ironie beweerde hij in zijn wekelijkse Volkskrant-column dat iedere boerkinidrager een bedreiging voor de heersende norm van de bikini is. Waarom de bikini precies een heersende norm zou moeten zijn en waarom dat dan geen dwang zou zijn blijft onduidelijk, en dat die vraag zelden beantwoord wordt is teken van een weinig kritisch perspectief op de samenleving. Maar het is het gebrek aan reflectie op de bestaande machtsverhoudingen, dat dit soort columns losrukt van de realiteit.

“In Nederland trekken niet-islamitische journalisten ‘ter experiment’ een boerkini aan, want moslima’s aan het woord laten is veel te moeilijk”

De uitzondering wordt nooit bedreiging
Als het dragen van een boerkini een uitzondering is, een gewoonte die alleen binnen een gemarginaliseerde groep voorkomt, kan die boerkini nooit een dominante, dwingende norm worden. In een maatschappij die bol staat van de kerstvieringen en kerstbomen, kan een hogeschool die een keer besluit geen kerstboom neer te zetten, nooit een bedreiging voor het kerstfeest zijn — maar probeer dat Lodewijk Asscher eens te vertellen.

Het feit dat de HEMA niet heel groot “HET IS PASEN!” op de voorkant van een reclamefolder drukt, weerhoudt niemand ervan om Pasen te vieren. Dat iemand kosjer of halal wil eten betekent niet dat jij het moet doen. Die paar aartsconservatieve moslims hebben minder invloed dan de aartsconservatieve christenen met drie Kamerzetels. Je zou het bijna vergeten als je het Nationale Kampioenschap Paniekerig Doen Over Niet Bestaande Bedreigingen Van Onkritisch Geaccepteerde Culturele Normen op de voet volgt, maar machtsverhoudingen bepalen veel.

Nederland is echter vaak blind voor macht, en de manieren waarop de ongelijkheid van macht werkt. Dat verklaart de steeds vaker voorkomende vergelijkingen met historisch verzet tegen patriarchale christelijke normen. Tot de jaren 60 waren die normen niet de gewoontes van een gemarginaliseerde groep, maar heersende en vaak dwingende culturele standaarden. De afwijzing van die normen creërde ruimte voor mensen om op andere manieren te leven en zich uit te drukken.

Die ruimte is er nu, maar nonnen mogen nog steeds in habijt rondlopen, conservatieve christenen mogen nog steeds 10% van hun loon aan de kerk doneren, en er zijn meer dan genoeg kerken waar je diensten kan bijwonen. Er is niemand die pretendeert alsof dat het begin van een glijdende helling is. Die normen zijn in Nederland niet meer dwingend. De machtsverhoudingen zijn veranderd.

Meer dan religie
We moeten hierbij macht niet verwarren met numerieke meerderheid, zoals de eeuwenlange onderdrukking van Nederlandse katholieken demonstreert. Katholieken, soms zelfs de meerderheid van de Nederlandse bevolking, mochten lange tijd geen kerken bouwen of bezitten: daarom zie je zo veel bijna identieke 100 tot 150 jaar oude kerken in katholieke dorpen in Nederland, een resultaat van vernieuwde godsdienstvrijheid.

Die wettelijke gelijkheid haalde culturele vooroordelen en ongelijke machtsverhoudingen niet weg: katholieken zouden niet te vertrouwen zijn, want hun echte loyaliteit zou bij de paus liggen. Zo was er in de jaren 1860 was er veel discussie over de zouaven, katholieken die naar Rome reisden om de kerkelijke staat te verdedigen tegen het nieuwe Italië — veel zouaven werd uiteindelijk hun Nederlands burgerschap afgenomen. De vergelijkingen met moslims in de hedendaagse maatschappij zijn snel gemaakt — al vormen moslims een veel kleinere minderheid dan katholieken toentertijd.

“Zelfreflectie is voor De Ander, blijkbaar”

Net als dat we niet om machtsverhoudingen heen kunnen, is het ook misleidend om de discussie over seksistische normen in termen van religie te voeren. Het patriarchaat is inherent aan de Westerse maatschappij als geheel, en dat ligt niet slechts aan geloofsovertuigingen. Religie alleen zorgde er niet voor dat veel vakbonden vrouwen het werken wilden verbieden. Religie alleen zorgt er niet voor dat de Nederlandse academische wereld een “bastion van witte mannen” is. Religie alleen zorgt er niet voor dat een op de drie Nederlandse vrouwen zegt wel eens met seksueel geweld in aanraking te zijn gekomen.

Religie alleen zorgt er niet voor dat Nederland het bizar slecht doet op het gebied van vrouwen in topposities. Religie alleen zorgt er niet voor dat vrouwen nog steeds structureel minder betaald worden dan mannen, en dat vrouwen van kleur hier de grootste slachtoffers van zijn. Religie alleen zorgt er niet voor dat Nederlanders het massaal vervelend vinden om homo’s te zien zoenen. Patriarchy is everywhere, maar dat kunnen we natuurlijk niet toegeven: dan zouden we misschien ook naar de witte Nederlandse cultuur moeten kijken. In plaats daarvan doen we liever alsof we areligieus zijn, en daarmee ook al die seksistische beelden hebben afgeworpen. Zelfreflectie is voor De Ander, blijkbaar.

Wijzen naar iedereen behalve jezelf
Dit is een grote reden waarom feminisme en antiracisme zo moeizaam van de grond komen in Nederland. Het zijn bewegingen die in de kern gebaseerd zijn op een kritische visie op de eigen maatschappij, op zelfreflectie, op een analyse van machtsverhoudingen en culturele praktijken — religieus en a-religieus. Bewegingen die het zeiken op de ander proberen te confronteren. Bewegingen die voor veel opinieschrijvers toch een paar stappen te ver gaan: liever schrijven we iets over de ander. Of, als het dan toch over onszelf moet gaan, vooral een persoonlijk verhaal met platitudes. Maar het confronteren van macht, vooral de eigen macht? Nergens voor nodig.  

Het negeren van machtsverhoudingen, de overtuiging dat Nederland bijna klaar is wat betreft het uitroeien van seksisme, en het afschuiven van patriarchale denkbeelden op religie: een visie waarin het badkostuum van sommige leden van een gemarginaliseerde minderheidsgroep, een bedreiging voor “onze” cultuur wordt.

In dit soort aartsconservatieve redenaties wordt iedere afwijking van de norm, iedere vorm van diversiteit, het begin van het einde. De eerste stap op de glijdende helling richting de afgrond en het einde van de oh zo verlichte, Westerse cultuur. Diversiteit is daarin niet de normale staat van de wereld, de kern van mens en samenleving, maar een bedreiging voor het ideaal van de monocultuur. Een absurde, a-historische, zelfs totalitaire visie — en een visie die uit elkaar valt zodra we het echt over machtsverhoudingen hebben. Maar dat hoeft in Nederland niet. Ongeïnformeerd gewauwel is goed genoeg.