Lippenstift-feminisme: de rol van make-up in de strijd voor gendergelijkheid

Nora Gosselink (1996) studeert geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkt als redacteur. Vandaag schrijft ze over cosmetica en feminisme. Ze draagt zelf make-up omdat ze het mooi vindt, maar ook omdat ze niet weet hoe ze zonder zou moeten.

Alicia Keys veroorzaakte de afgelopen maanden veel ophef op het wereldwijde web. Waarom? Ze besloot enkele maanden terug om make-up te verbannen uit haar leven. Sindsdien weigert ze zelfs nog een likje mascara te dragen op de rode loper.

Feministen zien deze keuze als terecht en moedig, Keys zelf beaamt steeds dat ze zich niet meer prettig voelde bij het idee iedere dag een ‘masker aan make-up’ op te moeten smeren om zichzelf mooi te vinden. Daarmee kaart ze een pijnlijk punt aan. Make-up is immers nog één van de tradities die suggereert dat vrouwen niet knap of goed genoeg zijn als ze hun uiterlijk niet corrigeren met smeerseltjes.

Rode lippenstift en glitterbronzer
Het is een vreemde traditie, die vooral in stand wordt gehouden door culturele wortels. We zijn nu eenmaal gewend aan het dragen van make-up. Rationeel beredeneerd slaat het dragen ervan eigenlijk nergens op; het is duidelijk zichtbaar als iemand make-up draagt. Alleen een dun laagje foundation kan natuurlijk lijken, maar rode lippenstift en glitterbronzer tonen goed aan dat iemand mooimakers gebruikt.

De suggestie wekken dat iemand au naturelle er vlekkeloos uitziet is er niet meer bij. We kunnen allemaal zien dat een vrouw make-up draagt en we weten dat zij er zonder make-up anders uitziet. Toch hebben we het idee dat iets dat er ogenschijnlijk nep uitziet ons mooier maakt.

Daarmee kun je stellen dat het vrouwelijk schoonheidsideaal niet meer in het teken staat van alleen een mooi gezicht hebben. Felgekleurde oogschaduw, matte lippen en bijgetekende wenkbrauwen zijn ondertussen mooi op zichzelf geworden, zonder de illusie te wekken dat het om een natuurlijke toestand gaat. Veel vrouwen geven aan dat hun gezicht er zonder make-up ‘kaal’ uitziet.

De opmerking ‘Wat zie je er ziekjes uit!’ krijgt iedere vrouw die soms geen make-up draagt regelmatig naar haar hoofd geslingerd. Dat terwijl het niet per se betekent dat er sprake is van donkere wallen en een bleke huid. Het uiterlijk zonder make-up geeft puur de illusie dat er iets niet klopt. We zijn zo gewend aan de aanwezigheid van make-up dat een natuurlijk vrouwengezicht voor verwarring kan zorgen.

“De opmerking ‘Wat zie je er ziekjes uit!’ krijgt iedere vrouw die soms geen make-up draagt regelmatig naar haar hoofd geslingerd”

Fundamentele verschillen
Daar is veel over te zeggen. In essentie toont dit fenomeen natuurlijk aan dat we mannen en vrouwen op dit gebied fundamenteel anders bekijken. Een vrouw heeft make-up nodig om mooi te worden gevonden, een man heeft dat niet. We blijven ons daarentegen volsmeren in plaats van dat we ons hiertegen verzetten, al moeten we er een half uur eerder voor opstaan en kost de toilettas vol poedertjes ons een forse geldsom. Er zijn dus ook redenen voor vrouwen om wél make-up te blijven dragen. Eén daarvan is aantrekkelijk worden gevonden door de buitenwereld, maar ook het eigen zelfbeeld speelt een belangrijke rol.

Maar hoe kan het zelfbeeld beïnvloed worden door make-up? Eigenlijk is het een raar fenomeen, aangezien iedere vrouw uitstekend weet hoe haar gezicht eruitziet als ze aan het eind van de dag haar gezicht weer ontdoet van het masker. Het is echter lastig om je eigen make-uploze gezicht te vergelijken met het uiterlijk van alle keurig opgemaakte vrouwen in je omgeving en de geplamuurde modellen die je in de media ziet.

Concurreren met andere vrouwen is mogelijk als je zelf ook de moeite neemt om je oneffenheden weg te werken en je sterke punten aan te zetten. Alleen bijzonder mooie meisjes met een perfecte huid en lange wimpers zijn in staat om zonder make-up hetzelfde ‘niveau’ te bereiken. Voor de meeste vrouwen betekent het echter dat je dezelfde stappen moet nemen als de rest om mee te kunnen spelen op hetzelfde vermogen.

Het is vergelijkbaar met een dopinggebruikende wielrenner. Misschien voelt hij zich niet fijn bij drugs en is hij ook tevreden met zijn prestaties zonder het spul, maar in de competitie is het moeilijk om de sporters die wél extra kracht inspuiten bij te kunnen benen.

Uiterlijk als ‘hoofdverdienste’ van de vrouw
Dat maakt make-up een hardnekkig fenomeen. Omdat ons schoonheidsbeeld zo beïnvloed is door make-up, en schoonheid in het teken staat van competitie met anderen, zal het nog lang duren voordat vrouwen het niet meer dragen. Zolang we onszelf vergelijken met andere vrouwen, zullen er altijd middelen worden gevonden om als winnaar uit de competitie te komen.

Maar hoe kan het eigenlijk dat de meeste mannen zich niet aan make-up wagen? Ik vermoed dat er onderling minder sprake is van uiterlijke competitie tussen mannen.

makeup-make-up-artist-make-up

Onderdrukking of empowerment? Of beide tegelijkertijd?

Vrouwen werden immers de hele geschiedenis door beschouwd als lustobject en hun uiterlijk was de belangrijkste factor om aantrekkelijkheid mee te bepalen. De mannelijke identiteit is echter altijd minder verweven geweest met het idee dat schoonheid het belangrijkst is.

Waar vroeger een mooi uiterlijk een vrouw een aantrekkelijke huwelijkspartner maakte, werden mannen vaker bemind om geld, kwaliteiten of karakter. Natuurlijk speelt het uiterlijk van mannen ook een rol in hun profilering, maar de balans tussen uiterlijk en andere eigenschappen is harmonieuzer dan bij de verwachtingen die we van vrouwen hebben.

Vrouwelijkheid als keuze en empowerment
Onder feministen is make-up regelmatig een onderwerp van discussie. Een deel kiest ervoor om geen make-up te dragen, waarmee ze logischerwijs zich willen afzetten tegen de bovenstaande gedachtegang. Een ander deel besluit weloverwogen make-up te dragen. De bekende feministische auteur Chimamanda Ngozi Adichie vertelde deze week nog in een interview in NRC waarom ze juist wel voor een vrouwelijk verschijnsel als make-up kiest.

Enerzijds wil zij zich als feminist toegankelijk opstellen, en niet de indruk wekken dat feminisme onaantrekkelijk hoeft te zijn (praktisch gezien bereik je met een aantrekkelijk uiterlijk een groter publiek). Anderzijds bepleit ze dat feminisme niet vrouwelijkheid moet willen verwerpen. Met vrouwelijke eigenschappen en uitingen is niets mis, meent Adichie, de manier waarop ze worden verbonden aan een drukkend stereotype is ronduit verkeerd.

Weinig make-updragende vrouwen zullen beweren dat ze deze middelen gebruiken om zich minder onzeker te voelen. Feministen uit deze hoek promoten het als een vrouwelijk verschijnsel dat hoort te dienen ter self-empowerment. Je draagt lipstick om jezelf nog mooier te vinden dan je al was, en niet om bevestiging te vragen van de buitenwereld, is de gedachtegang.

Voor deze positie valt wat te zeggen. De opkomst van merkwaardige en extreme make-uptrends (de kleurrijke oogschaduw, clowncontouring, en donkere lipstick) kan in verband worden gebracht met de populariteit van deze visie op schoonheid. Er zijn make-up trends die geen aandacht besteden aan wat mannen mooi vinden, maar meer aandacht schenken aan het modieuze en artistieke karakter ervan.

“Onderbewustzijn en psychologie zijn nog nooit zo bepalend geweest binnen de vrouwenbeweging als nu”

Vrij en onvrij, tegelijkertijd?
Het derdegolf-feminisme van nu valt wél en niet te comprimeren met het bovenstaande standpunt. De body positivity-beweging is één van de populairste gedachtes van het moderne feminisme, en deze manier van kijken naar uiterlijk vertoon sluit daar naadloos bij aan.

Anderzijds is het derdegolf-feminisme postmodern geïnspireerd en staat het meer dan ooit in teken van het verschil tussen wat ons onderbewustzijn ons ingeeft en wat we daadwerkelijk beweren. Zonder dit postmoderne element was de discussie blijven steken op het ontkennen van seksisme. Onderbewustzijn en psychologie zijn nog nooit zo bepalend geweest binnen de vrouwenbeweging als nu, zonder deze beschouwingswijze zouden we moeten menen dat gelijkheid bijna bereikt is, omdat wettelijke verschillen zijn gladgetrokken.

Om die reden is te stellen dat er net zo goed een kritische voetnoot mag worden gezet bij uitspraken die vrouwen doen over hun uiterlijk. Moeten we zonder twijfel geloven dat make-up een vrije keuze is, die vrouwen iedere dag weer maken als ze voor hun kaptafel gaan zitten?

Of kunnen we ook erkennen dat veel vrouwen beweren make-up voor zichzelf te dragen, maar zich wel onzeker voelen als ze au naturelle de deur uitgaan? Als make-up echt een vrije keuze is, kunnen we ons afvragen of deze zelfbewuste vrouw ook zoveel energie in haar uiterlijk zou steken als de norm make-uploos zou zijn. Kan werken aan je uiterlijk echt iets zijn dat losstaat van groepsdruk?

Vrouwen geven hun make-up niet op, zolang ze de competitie om schoonheid onderling zo sterk en bepalend is voor hun imago. Ik denk niet dat het haalbaar is om make-up te bestrijden om gelijkheid tussen man en vrouw te bereiken.

Pas als de gelijkheid behaald wordt en onze ideeën over de kwaliteiten van vrouwen bijgesteld zijn, zullen vrouwen zich minder geneigd voelen om iedere dag urenlang voor de spiegel te staan. Tot die tijd moeten we het doen met de discussie over lippenstiftfeminisme.