Liberalisme en feminisme: verenigbaar?

Nora Gosselink (1996) studeert geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkt als redacteur. Vandaag schrijft ze over hoe feminisme en liberalisme vaak als onverenigbaar beschreven worden. 

Als mensen je kennen als feminist, zijn ze geneigd om je politieke voorkeur automatisch in te vullen: zo links mogelijk. Het liefst dichten je ook nog een marxistisch ideaal toe, en anticipeer je op een feministische revolutie. De aanname dat feminisme en socialisme hand in hand gaan, is echter niet altijd zo vanzelfsprekend geweest. Voor een lange tijd werd feminisme juist gezien als een liberale beweging. Liberaal feminisme is dan ook nog steeds te rechtvaardigen en te beargumenteren, zolang er maar een stukje historische achtergrond bij komt kijken.

Feminisme als ‘linkse zaak’?
In de Nederlandse sociaaldemocratie relateren we feminisme met linkse stromingen. Dat is niet vreemd. Het feminisme wil immers een grote maatschappelijke verandering teweegbrengen, en het is vanzelfsprekend om die te willen bewerkstelligen door politieke veranderingen.

Als feminist moet je een voorstander zijn van vrouwenquota, overheidsuitgaven aan emancipatie en ruimdenkende zwangerschapsregelingen. Het idee dat je een feminist kan zijn zonder de staat nieuwe wetten te laten initiëren, is hoogst ongebruikelijk geworden. Dat heeft niet alleen te maken met de ideeën van feministen zelf, in Nederland zijn we over het algemeen geneigd om verandering altijd via een parlementaire weg door te willen drukken.

Hierdoor lijken veel mensen de intentie en essentie van het liberalisme uit het oog te verliezen. Waar liberalen eerst maatschappelijke problemen wilden erkennen, maar het gewoonweg niet door middel van nieuwe regelgeving wilden aanpakken, redeneren liberalen nu anders. Regelmatig nuanceren liberale partijen onderwerpen als geïnstitutionaliseerd seksisme en racisme, omdat ook zij denken dat als er sprake is van een probleem, een nieuwe wet moet worden ingesteld. Zo worden problemen ontkend, zodat de staat niet hoeft in te grijpen.

“Regelmatig nuanceren liberale partijen onderwerpen als seksisme en racisme, omdat ook zij denken dat als er sprake is van een probleem, een nieuwe wet moet worden ingesteld” 

Het klassieke liberalisme zoals we dat zelden meer zien, werkt echter niet volgens dit ontkenningsmechanisme. Volgens deze theorie kunnen er zat problemen spelen binnen een samenleving, maar kan de staat deze niet verhelpen. Verandering moet tot stand komen door individuen en door maatschappelijke initiatieven, niet door een kleine elite die het hele volk morele ideeën oplegt.

Een korte geschiedenis
Uit de geschiedenis blijkt wel dat liberalen zich in het verleden juist regelmatig met vrouwemancipatie bezighielden. Zo wordt het werk The Subjection of Women van de denker John Stuart Mill gezien als één van de eerste manifesten van het modern feminisme. Samen met zijn echtgenote Harriet Taylor Mill publiceerde hij in 1869 het werk, waarin hij pleit voor een gelijke behandeling van vrouwen.

Ieder mens is in staat zich intellectueel te ontwikkelen, menen de auteurs, en het negatieve vrouwbeeld dat de maatschappij heeft komt puur voort door de eeuwenlange onderdrukking van vrouwen. Vrouwen moeten de kans krijgen om zich net zozeer intellectueel te ontplooien als een man dat doet, en om deze verandering in stand te brengen moeten vrouwen dezelfde vrijheden en rechten krijgen, zoals kiesrecht.

Het was toentertijd vanzelfsprekend dat liberalen zich over dit onderwerp ontfermden. Het idee van mensenrechten is van origine een liberaal concept, en zij waren de eersten om te breken met ancièns regimes door vrijheid voor ieder individu te bepleiten. De vrouwenkiesrechtstrijd zoals deze in West-Europa aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde was dan ook een strijd van liberale burgervrouwen. Concepten als autonomie voor ieder individu, gelijke behandeling en algemeen kiesrecht zien we nu als gebruikelijk voor iedere ideologie, maar ze kwamen voort uit de gedachten van liberalen die oude machtshebbers de deur wilden wijzen.

“Het idee van mensenrechten is van origine een liberaal concept”

De politiek is daarentegen complex. Juist met een parlementair systeem moeten constant compromissen gemaakt worden tussen partijen die voorheen nooit samenwerkten om zo een vuist te vormen of een meerderheid te bereiken. De Nederlandse parlementaire geschiedenis wordt natuurlijk getekend door vreemde samenwerkingen tussen liberalen en conservatieven, en socialisten en katholieken, die uiteindelijk tot grote politieke veranderingen hebben geleid.

Zo sloegen feministen in hun strijd voor vrouwenkiesrecht na de eeuwwisseling steeds vaker de handen ineen met socialisten. Beide partijen voelden zich ongehoord; hun idealen waren te grotesk en te vernieuwend om serieus te worden genomen door zittende politieke orde. De confessionelen waren tevreden met het censuskiesrecht en liberalen vochten onderling een strijd uit. Progressieven voelden wat voor een algemeen kiesrecht, conservatieven bleven bij het censuskiesrecht.

Verandering in denken
Sinds de samenwerking tussen socialisten en feministen om algemeen kiesrecht te bereiken, is feminisme steeds minder een onderwerp van liberalen geworden. Dat heeft mede te maken met een omslag binnen het liberalisme zelf. Liberalisme had in de negentiende eeuw voor die tijd zeer vooruitstrevende ideeën. Veel liberalen bleven echter na die tijd bij dezelfde plannen.

Waar de beweging eerst over rechten ging (mensen hebben recht op hun vrijheden, maar ook op hun basisbehoeftes), werd dit later verdraaid tot beperkingen (de staat moet alleen de basale vrijheden ondersteunen, en verder zich niet bemoeien met de burgers). De feministen konden zich na het winnen van kiesrecht niet meer vinden is slechts het bereiken van vrijheden en rechten. Zij wilden ook ondersteund worden.

“Waar de liberale beweging eerst over rechten ging, werd dit later verdraaid tot beperkingen”

Deze verandering is het best uit te leggen aan de hand van de concepten van vrijheid van Isaiah Berlin. De Britse filosoof ordende ideologisch denken door te spreken over negatieve en positieve vrijheden. Negatieve vrijheid gaat over vrij zijn van beperkingen. Het betekent dat je de vrijheden krijgt om je eigen leven in te vullen en dat de staat zich niet bemoeit met hoe jij dat wil doen. Liberalisme zou dan ook vooral negatieve vrijheden nastreven (een overheid die je vrijheid biedt, maar geen kansen creëert) en socialisme zou negatieve vrijheden willen waarborgen (een overheid die je kansen biedt, maar geen vrijheid geeft).

Politieke verschuivingen
De eerste feministische golf is in veel opzichten een strijd voor negatieve vrijheid. Het was een beweging die een wettelijke gelijkstelling met de man eiste, en juist wilde dat de overheid zich minder zou bemoeien met de invulling van de rol van de vrouw in de maatschappij. Positieve vrijheid gaat daarentegen over het extra aanbieden van mogelijkheden. De overheid trekt zich niet terug, maar bemoeit zich met de burger door mogelijkheden te geven.

De tweede feministische golf hield zich weer bezig met andere thema’s. Er werd gestreefd naar het verder gelijktrekken van man-vrouw-verhoudingen, en daarbij hoorden ook positieve vrijheden. Zo wilden tweedegolf-feministen evenveel verdienen als mannen, en pleitten ze voor een algemene versterking van de gehuwde vrouw op de arbeidsmarkt.

Het blijft lastig om de twee golven in te delen in concepten van vrijheden, omdat bijvoorbeeld het legaliseren van abortus niet goed te plaatsen is in één van de twee concepten en het versterken van de rechtspositie van de vrouw wel is te zien als het nastreven van een negatieve vrijheid. Desondanks valt te concluderen dat de vrouwenstrijd tijdens de tweede golf veel meer draaide om het opeisen van mogelijkheden die de overheid moest aanbieden, in plaats van slechts vrijheid te verkrijgen. Vrouwen ontdekten dat zelfs mét kiesrecht het verdraaid moeilijk was om de maatschappij vrouwvriendelijk te maken.

Daarom wilden ze niet alleen meer dat de overheid ze met rust zou laten, maar juist dat de overheid zich het lot van de vrouw aantrok, en vrouwen waar nodig zou helpen.

Socialisme en feminisme als match
Nogmaals, om liberaal feminisme te kunnen begrijpen, is het essentieel om in te zien hoe maatschappelijke verandering volgens liberalen tot stand komt. Namelijk door maatschappelijke actie, in plaats van door initiëring van de overheid. Dan nog zullen mensen zich misschien afvragen na deze toelichting: ben je als liberaal feminist wel een échte feminist, heb je wel alles over voor het bereiken van gelijkwaardigheid?

“De samenwerking tussen socialisten en feministen is in historisch opzicht vaak van praktische aard geweest”

Door de waarde dat liberalisme aan individualisme hecht, denk ik echter dat liberaal feminisme misschien wel te zien is als het meest eerlijke feminisme. Socialisten en feministen werkten vaak samen omdat de feministische agenda die van hen aanvulde. Het pleitte voor het opheffen voor minderheden en het ontstaan van een collectief waarin ieder lid in ieder facet ‘gelijk’ zou zijn.

Zo lopen voormalig communistische landen vaak voorop op het gebied van participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt; het was gewoonweg economisch voordelig voor ‘het collectief’ en ‘het hele volk’ dat ook vrouwen zouden meewerken in de industrie. Als de economie in beter vaarwater is, kan het echter ook juist voordelig zijn voor het collectief dat een vrouw zich ontfermt over een gezin of andere taken op zich neemt. Deze twee ideeën zijn hand in hand gegaan omdat ze allebei meer overheidsinmenging nastreefden, niet omdat ze in essentie dezelfde waarden kennen. De samenwerking tussen socialisten en feministen is in historisch opzicht vaak van praktische aard geweest.

Liberale feminist anno 2017
In de kern past feminisme juist goed bij een individualistische gedachte. Zo is het logisch dat de beweging in eerste instantie voortvloeide uit liberale ideeën, het is gebaseerd op het geloof dat ongeacht je geslacht of afkomst, je compleet vrij mag zijn in wat je doet en wat je bereikt. Liberaal feministen zullen dan ook liever iedere vrouw zien als waardig individu dan ze allemaal indelen in de groep ‘vrouwen’, die zo weer onderdeel van een ‘volk’ zijn.

Daarom wil ik alle liberale vrouwen die bang zijn voor de term feminisme een hart onder de riem steken. Feminisme is uitstekend te comprimeren met liberalisme en komt zelfs uit liberale ideeën voort. Ontken het bestaan van seksisme niet omdat grijze mannen met blauwe dassen je wijsmaken dat er geen probleem is. Vergeet de waan van de dag en denk eens na over de pure idealen waar jouw politieke partij eigenlijk op gebaseerd is. Een echte liberaal kan geen seksist zijn.

Comments

comments