Het probleem met ‘weerbaarheid’ van vrouwen

Toen ik zeventien was, koos ik op mijn middelbare school bij gym het vakonderdeel zelfverdediging. In enkele weken tijd leerden met name vrouwelijke jaargenoten en ik hoe we ons moesten verdedigen. We leerden dat we ‘Brand!’ moesten roepen omdat omstanders eerder daarop zouden reageren dan op ‘Help!’, en hoe we geweldplegers die ons van achteren benaderden moesten afschudden met een ferme elleboogstoot.

Naast dat we getraind werden op het afweren van onbekenden in donkere steegjes maar het merendeel van geweld tegen vrouwen door bekenden wordt gepleegd, is deze aanpak – waarbij de vrouw geleerd wordt geweld te voorkomen – typerend.

Onder het mom van ‘weerbaarheid’ worden vrouwen dit soort technieken vaker aangeleerd. Het beschermen van onze lichamen en het minimaliseren van de kans op geweld zit vrijwel ingebakken: reageer niet op die creep die je naroept en nafluit, lach naar de jongen in de kroeg die ongewenst veel te dichtbij staat, je aanraakt en je met een viezige openingszin probeert te versieren, app je vrienden als je thuis bent, fiets altijd met licht aan en het liefst met andere mensen naar huis, houd je telefoon ‘s nachts altijd in de hand en loop met je sleutels tussen je vingers naar huis. Draag niet te uitdagende kleding, gedraag je niet té verleidelijk, de-escaleer.

Niet het hoofd laten hangen
Het is daarom ook dat de term ‘weerbaarheid’ mij elke keer wanneer ik het lees, prikkelt. Zo liet correspondent Seksisme Sarah Sluimer het vandaag ook bij de Volkskrant weer vallen: “
Niet het hoofd laten hangen en denken: we worden gepakt als ze ons willen pakken. Stoerheid en woede van vrouwen hierover is soms een betere weg dan alleen die vreselijke verhalen als slachtoffer delen.” Sluimer pleit later in het artikel ook voor verplichte zelfverdedigingscursussen voor meisjes op scholen.

Weerbaarheid betekent dus dat vrouwen voor zichzelf opkomen, mondig zijn en zich verzetten. Dat klinkt goed, maar het impliceert een bepaalde schuld bij voorbaat van het slachtoffer (ook wel: victim blaming), zeker wanneer het wordt aangedragen als enige manier van voorkomen van geweld.

“Het impliceert een bepaalde schuld bij voorbaat van het slachtoffer”

Wanneer ben je namelijk ‘weerbaar’ genoeg? Is de kans op geweld minimaliseren door vriendelijk te zijn of plegers te negeren niet ook ergens weerbaarheid, omdat je daarmee escalatie voorkomt? En zijn vrouwen met een lichamelijke beperking dan dubbel de klos? Zijn vrouwen die uiteindelijk wél slachtoffer geworden zijn van geweld dan niet ‘weerbaar’? Zijn zij het uiteindelijk schuld, dat zij zich niet genoeg verzet hebben, dat ze niet mondig genoeg waren? 

De vrouw als lopende vagina
Ik begrijp de gedachtegang: geweld tegen vrouwen bestaat nu eenmaal (45% van de vrouwen in Nederland is slachtoffer van fysiek en/of seksueel geweld sinds haar 15e), dus moet je je leren verzetten als vrouw. Het gaat erom dat vrouwen minder slachtoffer worden, dus als ‘weerbaarheid’ helpt, is dat toch alleen maar mooi?

Ja, dat is mooi meegenomen, maar het probleem is het volgende: er is een mentaliteitsverandering voor nodig om geweld tegen vrouwen te voorkomen. ‘Weerbaarheid’ is symptoombestrijding vanuit één partij. We zijn nog lang niet op het punt dat die mentaliteitsverandering bereikt is.

Ik schrik elke keer weer als ik in gesprekken van sommige jongensgroepen val en hun kleedkamerpraat hoor. Vrouwen passeren vaak enkel de revue als objecten, lopende vagina’s, en worden daarmee gereduceerd tot hun seksualiteit. Deze respectloze ontmenselijking werkt door in hun benadering van vrouwen. Veel vrouwen zelf normaliseren het geweld (met name door bekenden) dat ze meemaken: ze praten er niet vaak over, en als ze het doen is het ‘gewoon zoals die dingen gaan’, of zoeken ze de oorzaak bij zichzelf. 

Zo word ik zelf door het zichtbaar bezig zijn met het onderwerp geweld vaker door Stellingdameslezers benaderd met hun ervaringen. Sommigen van hen delen het voor de eerste keer. Velen van hen hadden het geweld dat ze hebben meegemaakt nooit eerder geproblematiseerd, en zie nu pas in dat het geweld was. Hen bewust maken van dit feit is een begin – dat kan je ‘weerbaarheid’ noemen – maar is niet de oplossing. Zij zijn namelijk geen daders.  

Weerbaarheid als afleiding
Als maar één partij, namelijk vrouwen, geleerd krijgen hoe ze moeten reageren op geweld komen we uiteindelijk niet veel verder. We leren vrouwen alleen hoe ze zichzelf moeten beschermen. Met een andere insteek: waarom geven we mannen geen zelfbeheersingscursussen? Al plegen niet alle mannen geweld, het legt dan wel het probleem bij de statistisch potentiële dader. Zoals schrijver Anke Laterveer het zegt: “Leer mannen zichzelf te controleren en geen vrouwen aan te randen.”

Uiteindelijk leidt de term ‘weerbaarheid’ af van de oorzaak van het probleem: de dader. Nederlandse kinderen moeten op jonge leeftijd in aanraking komen met termen zoals consent, wederzijdse instemming bij seks, en de vaak fysieke en altijd maatschappelijke ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die zich uit in grootschalig geweld tegen die laatste groep. Weerbaarheid is mooi meegenomen, maar laten we allereerst het verrotte fundament aankaarten.

Comments

comments