Beste Rob Wijnberg: erken, maar legitimeer racisme en islamofobie niet

Gisteren schreef Rob Wijnberg op zijn eigen platform De Correspondent een open brief aan PVV’ers. Hij probeert met deze brief te laten zien dat hij niet zoveel verschilt van een PVV’er. Laten we even voorbij gaan aan de vraag of zijn brief PVV’ers bereikt en of dit tot een verzoening leidt tussen hen en ‘de elite’. Wat met name opvalt is dat Wijnberg vrij ongegeneerd meegaat in het paternalisme (“Ik weet wat het beste voor jou is!”) tegen moslima’s van de vermeende PVV’er waaraan hij zijn stukje wijdt. Verzoening zoeken met PVV’ers zou niet samen moeten gaan met legitimering van diens racisme en islamofobie. 

Na een inleiding waarin Wijnberg een boekje open doet over zijn eigen achtergrond, noemt hij vermeende overeenkomsten tussen hem en de PVV-lezer aan wie het artikel gericht is. Hij heeft namelijk ook kritiek op hypocriete en elitaire politici (“Ik heb nog nooit op Pechtold gestemd” – tijd voor een sticker), mainstream media en hoe de zorg geregeld is. Oké. Tot zo ver het acceptabele deel van zijn verzoeningspoging.

De objectieve witte atheïst te werk
Dan deelt Wijnberg openlijk zijn afkeer tegen religie: “Tja, als atheïst vind ik het sowieso moeilijk te begrijpen dat je je waarheid uit één veertien eeuwen oud boek denkt te kunnen halen. Er staan nogal wat achterhaalde, ja, zelfs achterlijke tradities in.”

Als er één manier is waarop we een climax naar islamofobie van witte mannen kunnen aanvoelen, dan is het wel de aankondiging dat desbetreffend persoon aan alle religies een hekel heeft. Oud boek! Achterlijk! Achterhaald! Buitenom dat dit ronduit respectloos en aanmatigend is naar religieuzen (misschien is de vermeende PVV’er wel christen? Denk aan die verzoening!), voelen we al aan dat dit geen pleidooi wordt tegen alle religies, maar tegen één bepaalde religie.

Dan beginnen de voorbeelden: “Saoedi-Arabië is niet mijn favoriete vakantieland – daar zijn we het gauw over eens. Sharia-rechtbanken? Nee dank u. Meer of minder boerka’s? Liever minder.” Even later: “Weet u, mijn buurvrouw, één deur verderop, draagt zo’n ding.”


Minder boerka’s? Minder paternalisme
Wijnberg valt hier, om zijn opmerkingen over boerka’s eruit te pikken,  nogal door de mand. Hij wil dus minder boerka’s in Nederland (schatting is dat er ongeveer 150 in heel Nederland zijn), al erkent hij dat “verbieden niet helpt”. Dit is op meerdere manieren problematisch. Door een boerka “zo’n ding” en “allerminst een verrijking van het straatbeeld” te noemen (wat is dat dan wel?) gaat hij allereerst mee in het construct van moslima’s als de Ander, wiens ideeën en symbolen in Nederland niet thuishoren.

Vervolgens gaat de oprichter van De Correspondent nog door op dit zogenaamde symbool van onderdrukking, door te schrijven: “…u ziet inmiddels zelf ook wel dat we best wat denkbeelden gemeen hebben. Ik geloof in vrijheid en gelijkwaardigheid (ook al denk ik niet dat je die met verboden kunt afdwingen).” Hij lijkt daarmee te zeggen dat hij als witte man eigenlijk beter weet wat gelijkwaardigheid voor moslima’s inhoudt (onthullende kleding) dan zij zelf, net zoals PVV’ers, maar verschilt alleen met hen van mening hóé dat bereikt moet worden.

Wat Wijnberg echter niet noemt in zijn o-zo-begripvolle brief aan de PVV’er, is hoe diezelfde moslima’s bejegend, uitgescholden en bedreigd worden om wat ze aantrekken. Misschien zou Wijnberg eens met moslima’s een verzoening moeten aangaan. Eens luisteren naar hen. Brekend nieuws: dat zijn namelijk ook bezorgde burgers, die meer en meer te maken krijgen met intimidaties door de legitimering van racisme.

Erken maar legitimeer niet
Wat Wijnberg doet is een voorbeeld van wat mainstream media op dit moment in Nederland veel doen: het legitimeren van racisme van de achterban van de PVV door begrip voor de achterliggende (economische) problemen en het rechtvaardigen van hun (racistische) oplossingen door elkaar te halen. Natuurlijk kan het inzichten opleveren om met elkaar te bespreken waarom we dingen op een bepaalde manier zien/voelen. Maar het erkennen van woede die er zit bij bepaalde PVV’ers wegens vaak economische redenen – mag en kan niet leiden tot legitimering van racisme en islamofobie.

Dat Wijnberg daarna nog stelt dat hij niet doorgaans over de islam specifiek schrijft (dat doet ‘ie nu dus wél) omdat extreemrechts er dan mee aan de haal gaat en dat mensen in hokjes stoppen geen goede zaak is, doet er niet toe. Het kwaad is al geschied.

Ook moslima’s zijn bezorgde burgers
Mijn tip aan Wijnberg zou zijn: verdiep je eens in een andere bezorgde burger. De PVV’er is al gerepresenteerd in de vorm van een (vrij grote) politieke partij en is regelmatig onderwerp van media-aandacht sinds de opkomst van het populisme. De woede van deze soort bezorgde burger wordt dus al een tijdje benoemd, maar zij die structureel racisme meemaken en benoemen krijgen vrijwel geen platform, en áls ze die ontvangen mogen ze rekenen op een volle dosis (racistische en seksistische) bagger over zich heen (Gloria Wekker, Sylvana Simons). Om nu ook aan hen te verzoeken of ze alsjeblieft eventjes kunnen kletsen met de mensen die hen het land uit willen is mensonterend (zie de tweet van hierboven, en dit artikel over hetzelfde fenomeen nu in Amerika).

Die andere bezorgde burger – bijvoorbeeld de moslima die je nu paternalistisch toespreekt – heeft pas écht een luisterend oor (en een platform) nodig. Zoek verzoening met ‘de bezorgde burgers’ zoveel je wil, maar legitimeer het racisme en de islamofobie van hen niet. Draai het verhaal om, in plaats van er in mee te gaan.

Comments

comments